achten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of achten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: achten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: achtend
Past participle - Verleden deelwoord: geacht

Cognates

See the 6 cognates of achten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikacht
jijacht
hijacht
wijachten
jullieachten
zijachten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geacht
jijhebt geacht
hijheeft geacht
wijhebben geacht
julliehebben geacht
zijhebben geacht

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikachtte
jijachtte
hijachtte
wijachtten
jullieachtten
zijachtten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geacht
jijhad geacht
hijhad geacht
wijhadden geacht
julliehadden geacht
zijhadden geacht

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal achten
jijzult achten
hijzal achten
wijzullen achten
julliezullen achten
zijzullen achten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geacht hebben
jijzult geacht hebben
hijzal geacht hebben
wijzullen geacht hebben
julliezullen geacht hebben
zijzullen geacht hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou achten
jijzou achten
hijzou achten
wijzouden achten
julliezouden achten
zijzouden achten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geacht hebben
jijzou geacht hebben
hijzou geacht hebben
wijzouden geacht hebben
julliezouden geacht hebben
zijzouden geacht hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijacht

Translations

  • deem, to have or hold as an opinion
  • esteem, to regard with respect
  • find, determine, judge
  • think, to conceive of something or someone
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    denken
    menen, oordelen, wanen
    eren
    hoogschatten, respecteren

    Sample Sentences

    • maar de ankergrond was goed (deze reede wordt zoo veilig geacht als eene haven ) en ons ankertouw was stevig; zoodat ons volk niet het minste gevaar duchtte en volgens de gewoonte der matrozen, den tijd sleet met allerlei vrolijkheid. Eindelijk werd den achtsten [...] (Robinson Crusoe)
    • Toen deze lading aankwam, achtte ik mijne fortuin gemaakt. Ik was verrukt van vreugde er over; en mijn goede vriend de kapitein had de 5 [ £ ] Sterl., die de weduwe hem tot een geschenk had gezonden, besteed, om voor mij een [...] (Robinson Crusoe)
    • Dit was echter nog niet alles; daar al mijne goederen Engelsche manufacturen waren, zoo als lakens, wollen stoffen, baai, enz., en alles dingen, die hier te lande bijzonder geacht en van waarde waren, kon ik dezelve zeer voordeelig verkoopen, zoodat ik zeggen kan, dat ik meer dan vier malen de waarde van mijne eerste lading had. Nu was ik mijn armen buurman oneindig ver [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] nergens mede bezig te houden, voor ik al wat ik kon uit het schip had gehaald. Ik belegde toen scheepsraad, dat wil zeggen in mijne gedachten, of ik zou trachten met het vlot terug te gaan, maar dit achtte ik onuitvoerlijk; dus besloot ik, even als te voren, bij laag water te gaan, gelijk ik deed, alleen een gestreept hemd en een linnen broek aanhoudende. (Robinson Crusoe)
    • Ik had nu het grootste magazijn van allerlei voorraad, dat ooit geloof ik, voor één mensch was neergelegd; maar ik was nog niet voldaan, want zoo lang het schip in dier voege bleef zitten, achtte ik het raadzaam er alles uit te halen wat ik kon; dus ging ik elken dag met laag water naar boord, en bragt telkens het een of ander mede. Vooral de derde maal toen ik ging, nam ik zooveel touwwerk [...] (Robinson Crusoe)
    • Na thans mijne woning bepaald te hebben, achtte ik het volstrekt noodzakelijk eene plaats te hebben waar, en brandhout waarmede ik stoken kon. Ik zal op zijne plaats verhalen, hoe ik dit alles deed, en hoe ik mijn kelder vergrootte, maar ik moet [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] van zoden, van twee voet breed, aan de buitenzijde, en na eenigen tijd (ongeveer anderhalf jaar denk ik ), bragt ik staken er van tegen de rots, en bedekte die met boomtakken, en al wat ik dienstig achtte, om den regen af te weren, die sommige tijden van het jaar allerhevigst viel. (Robinson Crusoe)
    • Al dien tijd werkte ik hard, hoewel de regen mij vele dagen, ja weken achtereen hinderde; maar ik achtte mij niet veilig voor de geheele muur af was; en men kan naauwelijks gelooven, welken ontzettenden arbeid alles vereischte, vooral het halen van de palen uit het bosch, en hen in den grond te slaan; [...] (Robinson Crusoe)
    • Toen deze muur voltooid, en van buiten met een wal van zoden beschermd was, achtte ik het voor zeker, dat, zoo er eenig volk aan het strand kwam, zij niets, wat naar eene woning geleek, zouden bemerken; en een merkwaardig geval bewees naderhand, dat ik wel geoordeeld had. (Robinson Crusoe)
    • [...] niet aan de ware oorzaak; alleenlijk begreep ik, dat de zolder van mijn kelder instortte, gelijk vroeger nog eens gebeurd was. Uit vrees dus van daaronder bedolven te worden, ijlde ik weg, en achtte mij niet veilig voor ik over den muur was, uit vrees, dat de stukken rots op mijn hoofd mogten vallen. Naauwelijks was ik op vasten grond, of ik zag duidelijk, dat het eene verschrikkelijke [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch achten, from Old Dutch ahton, from Proto-West Germanic *ahtōn. By surface analysis, acht (“attention, heed, consideration”) + -en. See: Middle Dutch 'achten', Old Dutch 'ahton'.

    Verbs referencing "achten"

    Norwegian akte, Luxembourgish uechten.

    Additional Information