wachten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wachten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wachten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wachtend
Past participle - Verleden deelwoord: gewacht

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwacht
jijwacht
hijwacht
wijwachten
julliewachten
zijwachten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gewacht
jijhebt gewacht
hijheeft gewacht
wijhebben gewacht
julliehebben gewacht
zijhebben gewacht

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwachtte
jijwachtte
hijwachtte
wijwachtten
julliewachtten
zijwachtten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gewacht
jijhad gewacht
hijhad gewacht
wijhadden gewacht
julliehadden gewacht
zijhadden gewacht

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wachten
jijzult wachten
hijzal wachten
wijzullen wachten
julliezullen wachten
zijzullen wachten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gewacht hebben
jijzult gewacht hebben
hijzal gewacht hebben
wijzullen gewacht hebben
julliezullen gewacht hebben
zijzullen gewacht hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wachten
jijzou wachten
hijzou wachten
wijzouden wachten
julliezouden wachten
zijzouden wachten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gewacht hebben
jijzou gewacht hebben
hijzou gewacht hebben
wijzouden gewacht hebben
julliezouden gewacht hebben
zijzouden gewacht hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwacht

Translations

  • await, transitive: to wait for
  • await, intransitive, to stay in waiting
  • tarry, to stay or wait somewhere
  • wait, delay until some event
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afwachten
    aankijken, aanzien, verbeiden

    Antonyms

    afwachten
    anticiperen, verwachten, voorkomen, vooruitlopen

    Sample Sentences

    • [...] en niemand mij troosten zou. Ik dacht, dat dit oogenblik thans gekomen en de straffende hand des Hemels op mij lag. Helaas, het was slechts eene voorproef van de ellende die mij in ' t vervolg te wachten stond. (Robinson Crusoe)
    • Ik maakte alles gereed en den volgenden morgen lag de boot schoon gemaakt, en met vlag en wimpel, mijn meester en zijne gasten af te wachten, toen de eerste alleen kwam en mij zeide, dat zijne gasten door bezigheden verhinderd werden; ik moest dus maar met den matroos en den jongen, volgens gewoonte, uit visschen gaan, want zijne [...] (Robinson Crusoe)
    • " Ik zal wachten tot het dag is, Xury, " zeide ik, " maar dan kunnen wij menschen ontmoeten, die even kwaad jegens ons gezind zijn als deze leeuwen. " (Robinson Crusoe)
    • [...] malen moest ik aan land gaan, om zoet water in te nemen. Eens lieten wij daarom het anker vallen bij eene hooge landtong. Het was vroeg in den ochtend, en daar de vloed doorkwam, wilden wij wachten om dieper landwaarts in te kunnen gaan. Xury, wiens gezigt scherper was dan het mijne, riep mij zacht en zeide, dat het best ware zoo wij verder van het strand gingen, terwijl hij mij een [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] had ik ruimschoots al dat geluk kunnen genieten, waarvoor mijn vader mij een stil, rustig leven aanried; en waarvan, gelijk hij zeide, de middelbare stand overvloeide. Doch andere gebeurtenissen wachtten mij, en ik moest op nieuw de bewerker van mijn eigen ongeluk zijn. Wat mijn misslag vermeerderde, en in het vervolg mijn berouw verdubbelde: al mijne ongevallen waren het gevolg van mijn halsstarrig [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] in een woord deze was voor ons verloren. Wij hadden nog wel eene boot op het dek, maar of wij die in zee konden brengen was twijfelachtig. Er was echter geen tijd tot beraad, want alle oogenblikken wachtten wij, dat het schip in stukken zou breken, en sommigen riepen, dat het al verbrijzeld was. (Robinson Crusoe)
    • [...] kon naderen, of het eene einde van het vlot zou als het aan den wal stiet, zoo hoog en het andere einde zoo laag liggen, dat de lading op nieuw groot gevaar moest loopen. Al wat ik doen kon, was te wachten, tot dat het getij op zijn hoogst was, terwijl ik met mijn riem mij nabij den wal hield, en digt bij eene streek vlakken grond, die ik verwachtte, dat het water bedekken zou, gelijk ook het geval [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] eerst laat in den nacht wakker werd. Toen ik ontwaakte bevond ik mij veel verkwikt, maar zwak en zeer dorstig; daar ik echter geen water in mijn verblijf had, was ik verpligt tot den morgenstond te wachten, en viel weder in slaap. In dezen slaap had ik den volgenden verschrikkelijken droom. Ik verbeeldde mij dat ik op den grond zat, buiten mijn wal, waar ik na de aardbeving, gedurende den storm [...] (Robinson Crusoe)
    • Ik was nu in November en December, en wachtte den oogst van mijne rijst en graan. De grond, dien ik er voor omgespit had was niet groot, omdat ik, gelijk ik zeide, slechts weinig had. Het graan stond echter zeer goed, toen ik plotseling weder [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] vogels zouden mij waarschijnlijk alles ontrooven nu het airen schoot. Toen ik er langs ging om te zien hoe het stond, zag ik eene menigte vogels van allerlei soort er nabij, die slechts schenen te wachten tot ik zou vertrokken zijn. Dadelijk schoot ik onder hen, (want ik had altijd mijn geweer bij mij ) maar terstond daarop verhief zich eene wolk van vogels uit het graan, die ik nog niet gezien had. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch wachten, from Old Dutch *wahton, from Proto-West Germanic *wahtwēn. Equivalent to wacht (“watch, vigil”) + -en. See: Old Dutch '*wahton'.

    Verbs referencing "wachten"

    Afrikaans wag, English wait, Papiamento warda, Sranan wakti.

    Additional Information