Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: wonderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wonderend
Past participle - Verleden deelwoord: gewonderd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | wonder |
| jij | wondert |
| hij | wondert |
| wij | wonderen |
| jullie | wonderen |
| zij | wonderen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gewonderd |
| jij | hebt gewonderd |
| hij | heeft gewonderd |
| wij | hebben gewonderd |
| jullie | hebben gewonderd |
| zij | hebben gewonderd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | wonderde |
| jij | wonderde |
| hij | wonderde |
| wij | wonderden |
| jullie | wonderden |
| zij | wonderden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gewonderd |
| jij | had gewonderd |
| hij | had gewonderd |
| wij | hadden gewonderd |
| jullie | hadden gewonderd |
| zij | hadden gewonderd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal wonderen |
| jij | zult wonderen |
| hij | zal wonderen |
| wij | zullen wonderen |
| jullie | zullen wonderen |
| zij | zullen wonderen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gewonderd hebben |
| jij | zult gewonderd hebben |
| hij | zal gewonderd hebben |
| wij | zullen gewonderd hebben |
| jullie | zullen gewonderd hebben |
| zij | zullen gewonderd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou wonderen |
| jij | zou wonderen |
| hij | zou wonderen |
| wij | zouden wonderen |
| jullie | zouden wonderen |
| zij | zouden wonderen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gewonderd hebben |
| jij | zou gewonderd hebben |
| hij | zou gewonderd hebben |
| wij | zouden gewonderd hebben |
| jullie | zouden gewonderd hebben |
| zij | zouden gewonderd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'wonderen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'wonderen'
donderen,
sonderen,
bewonderen,
blonderen,
bolderen,
bouderen,
canderen,
coderen,
denderen,
doneren,
Translations
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] opmerkzame verbazing aanhoorde, bijzonder over de wondervolle wijze, waarop ik met levensmiddelen en kruid en lood voorzien was geworden; en daar inderdaad mijne geheele geschiedenis eene reeks van wonderen is, trof dezelve hem diep; maar wanneer hij vervolgens om zichzelven dacht, en hoe ik scheen gespaard te zijn om hem het leven te redden, liepen de tranen hem over het gelaat, en hij was niet in [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] beurt als mijn bevrijder, en onze vreugde was wederkeerig. Ik zeide, dat ik hem als iemand beschouwde, dien de hemel ter mijner redding gezonden had, en dat al wat er gebeurd was, eene reeks van wonderen scheen; dat zulke dingen een blijk van het onzigtbaar wereldbestier der Voorzienigheid waren, en een bewijs, dat de oogen van den Almagtige tot in de afgelegenste schuilhoeken der aarde doordringen, [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
Verbs referencing "wonderen"
English
wonder.
Additional Information