bewonderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bewonderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bewonderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bewonderend
Past participle - Verleden deelwoord: bewonderd

Cognates

See the 2 cognates of bewonderen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbewonder
jijbewondert
hijbewondert
wijbewonderen
julliebewonderen
zijbewonderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bewonderd
jijhebt bewonderd
hijheeft bewonderd
wijhebben bewonderd
julliehebben bewonderd
zijhebben bewonderd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbewonderde
jijbewonderde
hijbewonderde
wijbewonderden
julliebewonderden
zijbewonderden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bewonderd
jijhad bewonderd
hijhad bewonderd
wijhadden bewonderd
julliehadden bewonderd
zijhadden bewonderd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bewonderen
jijzult bewonderen
hijzal bewonderen
wijzullen bewonderen
julliezullen bewonderen
zijzullen bewonderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bewonderd hebben
jijzult bewonderd hebben
hijzal bewonderd hebben
wijzullen bewonderd hebben
julliezullen bewonderd hebben
zijzullen bewonderd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bewonderen
jijzou bewonderen
hijzou bewonderen
wijzouden bewonderen
julliezouden bewonderen
zijzouden bewonderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bewonderd hebben
jijzou bewonderd hebben
hijzou bewonderd hebben
wijzouden bewonderd hebben
julliezouden bewonderd hebben
zijzouden bewonderd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbewonder

Translations

  • admire, regard with wonder and delight
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    adoreren
    dwepen, hoogschatten, respecteren, waarderen
    bekijken
    bezichtigen

    Sample Sentences

    • Mijn levenswijze was thans voor mij veel aangenamer en geruster naar ligchaam en ziel, dan in den beginne. Dikwijls zette ik mij met een dankbaar hart aan tafel, en bewonderde de bestiering der Goddelijke Voorzienigheid, die aldus in de wildernis mij spijs had bereid. Ik leerde meer op de gunstige en minder op de ongunstige zijde van mijn toestand zien, en meer te denken [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From wonder + be- -en.

    Verbs referencing "bewonderen"

    English bewonder.

    Additional Information