vroeden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vroeden

The word "vroeden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vroeden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vroedend
Past participle - Verleden deelwoord: gevroed

Cognates

See the 3 cognates of vroeden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvroed
jijvroedt
hijvroedt
wijvroeden
jullievroeden
zijvroeden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevroed
jijhebt gevroed
hijheeft gevroed
wijhebben gevroed
julliehebben gevroed
zijhebben gevroed

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvroedde
jijvroedde
hijvroedde
wijvroedden
jullievroedden
zijvroedden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevroed
jijhad gevroed
hijhad gevroed
wijhadden gevroed
julliehadden gevroed
zijhadden gevroed

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vroeden
jijzult vroeden
hijzal vroeden
wijzullen vroeden
julliezullen vroeden
zijzullen vroeden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevroed hebben
jijzult gevroed hebben
hijzal gevroed hebben
wijzullen gevroed hebben
julliezullen gevroed hebben
zijzullen gevroed hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vroeden
jijzou vroeden
hijzou vroeden
wijzouden vroeden
julliezouden vroeden
zijzouden vroeden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevroed hebben
jijzou gevroed hebben
hijzou gevroed hebben
wijzouden gevroed hebben
julliezouden gevroed hebben
zijzouden gevroed hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvroed

Verbs similar to 'vroeden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch vroeden, from Old Dutch *fruoden, from Proto-Germanic *frōdijaną. See: Proto-Germanic '*frōdijaną'.

Verbs referencing "vroeden"

Old English fredan.

Additional Information