voortzenden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of voortzenden

The word "voortzenden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: voortzenden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: voortzendend
Past participle - Verleden deelwoord: voortgezend

Cognates

See the 2 cognates of voortzenden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikzend voort
jijzendt voort
hijzendt voort
wijzenden voort
julliezenden voort
zijzenden voort

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb voortgezend
jijhebt voortgezend
hijheeft voortgezend
wijhebben voortgezend
julliehebben voortgezend
zijhebben voortgezend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikzendde voort
jijzendde voort
hijzendde voort
wijzendden voort
julliezendden voort
zijzendden voort

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad voortgezend
jijhad voortgezend
hijhad voortgezend
wijhadden voortgezend
julliehadden voortgezend
zijhadden voortgezend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal voortzenden
jijzult voortzenden
hijzal voortzenden
wijzullen voortzenden
julliezullen voortzenden
zijzullen voortzenden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal voortgezend hebben
jijzult voortgezend hebben
hijzal voortgezend hebben
wijzullen voortgezend hebben
julliezullen voortgezend hebben
zijzullen voortgezend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou voortzenden
jijzou voortzenden
hijzou voortzenden
wijzouden voortzenden
julliezouden voortzenden
zijzouden voortzenden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou voortgezend hebben
jijzou voortgezend hebben
hijzou voortgezend hebben
wijzouden voortgezend hebben
julliezouden voortgezend hebben
zijzouden voortgezend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijzend voort

Verbs similar to 'voortzenden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "voortzenden"

English forthsend.

Additional Information