bestieren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bestieren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bestieren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bestierend
Past participle - Verleden deelwoord: bestierd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbestier
jijbestiert
hijbestiert
wijbestieren
julliebestieren
zijbestieren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bestierd
jijhebt bestierd
hijheeft bestierd
wijhebben bestierd
julliehebben bestierd
zijhebben bestierd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbestierde
jijbestierde
hijbestierde
wijbestierden
julliebestierden
zijbestierden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bestierd
jijhad bestierd
hijhad bestierd
wijhadden bestierd
julliehadden bestierd
zijhadden bestierd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bestieren
jijzult bestieren
hijzal bestieren
wijzullen bestieren
julliezullen bestieren
zijzullen bestieren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bestierd hebben
jijzult bestierd hebben
hijzal bestierd hebben
wijzullen bestierd hebben
julliezullen bestierd hebben
zijzullen bestierd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bestieren
jijzou bestieren
hijzou bestieren
wijzouden bestieren
julliezouden bestieren
zijzouden bestieren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bestierd hebben
jijzou bestierd hebben
hijzou bestierd hebben
wijzouden bestierd hebben
julliezouden bestierd hebben
zijzouden bestierd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbestier

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • [...] de lucht en den hemel heeft gemaakt, en wie is dat ? Natuurlijk was het antwoord: het is God, die dit alles gemaakt heeft. Maar dan is het ook zeker, dat als God dit alles gemaakt heeft, Hij het ook bestiert en leidt, want wie alles kan maken, kan het ook regelen en bestieren. En dan gebeurt er ook niets in den geheelen omkring zijner werken, zonder dat hij het weet of gebiedt. (Robinson Crusoe)
  • [...] het is God, die dit alles gemaakt heeft. Maar dan is het ook zeker, dat als God dit alles gemaakt heeft, Hij het ook bestiert en leidt, want wie alles kan maken, kan het ook regelen en bestieren. En dan gebeurt er ook niets in den geheelen omkring zijner werken, zonder dat hij het weet of gebiedt. (Robinson Crusoe)
  • Men moet zich niet verwonderen, dat ik hiermede bijkans geheel het derde jaar van mijn verblijf bezig was, want men moet bedenken, dat ik onder de hand tevens mijn nieuwen oogsten akkerbouw moest bestieren. Ik maaide mijn koorn op zijn tijd, en bragt het naar huis zoo goed ik kon, in mijne groote manden, waarin ik het in de airen liggen liet, tot ik tijd had het er uit te wrijven; want ik had geen [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] mij. Met de misdaden, waaraan zij zich jegens elkander schuldig maakten, had ik niets te maken; het waren hunne zeden, en ik moest die aan de Goddelijke geregtigheid overlaten, daar God de volkeren bestiert en zijne oordeelen op de wijze, die Hij goedvindt, over hen kan doen losbarsten. Dit scheen mij thans zoo klaar toe, dat niets mij meer verheugde, dan dat het mij niet toegelaten was te doen, [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] kennis van den eenigen waren God te onderrigten. Ik zeide hem, terwijl ik naar den hemel wees, dat de groote maker van alle dingen daar woonde, en dat Hij de wereld met dezelfde almagt en wijsheid bestierde, waarmede Hij ze geschapen heeft; dat Hij almagtig was, ons alles doen, alles geven, alles ontnemen kon; en zoo opende ik van lieverlede hem de oogen. Hij luisterde zeer oplettend, en hoorde met [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] boomen, die ik voor ons werk geschikt achtte, en zette Vrijdag en zijn vader aan het vellen daarvan, en dan liet ik den Spanjaard, wien ik mijne gedachten daaromtrent mededeelde, hun werk nagaan en bestieren. Ik wees hem met wat onvermoeiden arbeid ik zware boomen tot planken had gekapt, en liet hem hetzelfde verrigten, tot zij ongeveer een dozijn eikenhouten planken bijeen hadden, van bijkans twee voet [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] had bijgestaan, van den beginne af menschlievend, en tot aan het einde eerlijk jegens mij gehandeld had. Ik toonde hem al wat mij gezonden was. Ik zeide hem, dat na de Voorzienigheid, die alles bestiert, ik dat alles aan hem te danken had, en dat het nu mijn pligt was hem te beloonen, hetwelk ik honderdvoudig doen wilde. Vooreerst gaf ik hem dus de honderd moidores, die ik van hem ontvangen had, [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch bestieren. Alternative form of besturen; for a similar vowel alternation (arising from the same regional differences) compare duur and dier(baar).

Additional Information