verzuimen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verzuimen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verzuimen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verzuimend
Past participle - Verleden deelwoord: verzuimd

Cognates

See the 3 cognates of verzuimen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverzuim
jijverzuimt
hijverzuimt
wijverzuimen
jullieverzuimen
zijverzuimen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verzuimd
jijhebt verzuimd
hijheeft verzuimd
wijhebben verzuimd
julliehebben verzuimd
zijhebben verzuimd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverzuimde
jijverzuimde
hijverzuimde
wijverzuimden
jullieverzuimden
zijverzuimden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verzuimd
jijhad verzuimd
hijhad verzuimd
wijhadden verzuimd
julliehadden verzuimd
zijhadden verzuimd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verzuimen
jijzult verzuimen
hijzal verzuimen
wijzullen verzuimen
julliezullen verzuimen
zijzullen verzuimen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verzuimd hebben
jijzult verzuimd hebben
hijzal verzuimd hebben
wijzullen verzuimd hebben
julliezullen verzuimd hebben
zijzullen verzuimd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verzuimen
jijzou verzuimen
hijzou verzuimen
wijzouden verzuimen
julliezouden verzuimen
zijzouden verzuimen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verzuimd hebben
jijzou verzuimd hebben
hijzou verzuimd hebben
wijzouden verzuimd hebben
julliezouden verzuimd hebben
zijzouden verzuimd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverzuim

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

nalaten
vergeten, veronachtzamen, verwaarlozen

Sample Sentences

  • [...] de zon, benevens veiligheid voor vijanden, hetzij menschen of dieren, en eindelijk het gezigt op de zee; opdat, als het God behaagde, eenig schip in het gezigt te zenden, ik geene gelegenheid mogt verzuimen tot mijne bevrijding, waarop ik nog niet alle hoop opgegeven had. (Robinson Crusoe)
  • [...] de spade, en toch had ik aan het een en ander, en aan mijne vergeefsche pogingen, om een kruiwagen zamen te stellen, vier dagen noodig; altijd daar afgerekend mijne morgenwandelingen, die ik zelden verzuimde, en waarvan ik ook meestal iets eetbaars te huis bragt. (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch versûmen, from Old Dutch *farsūmen, from Proto-West Germanic *frasūmijan, from *sūmijan. By surface analysis, ver- + zuimen, a verb which became obsolete in the early modern period. Compare German versäumen, Danish forsømme. See: German, old spelling 'versäumen', Danish 'forsømme'.

Verbs referencing "verzuimen"

German, old spelling versäumen, Danish forsømme, Swedish försumma, Bavarian versamma.

Additional Information