verwerken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verwerken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verwerken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verwerkend
Past participle - Verleden deelwoord: verwerkt

Cognates

See the 2 cognates of verwerken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverwerk
jijverwerkt
hijverwerkt
wijverwerken
jullieverwerken
zijverwerken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verwerkt
jijhebt verwerkt
hijheeft verwerkt
wijhebben verwerkt
julliehebben verwerkt
zijhebben verwerkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverwerkte
jijverwerkte
hijverwerkte
wijverwerkten
jullieverwerkten
zijverwerkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verwerkt
jijhad verwerkt
hijhad verwerkt
wijhadden verwerkt
julliehadden verwerkt
zijhadden verwerkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verwerken
jijzult verwerken
hijzal verwerken
wijzullen verwerken
julliezullen verwerken
zijzullen verwerken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verwerkt hebben
jijzult verwerkt hebben
hijzal verwerkt hebben
wijzullen verwerkt hebben
julliezullen verwerkt hebben
zijzullen verwerkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verwerken
jijzou verwerken
hijzou verwerken
wijzouden verwerken
julliezouden verwerken
zijzouden verwerken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verwerkt hebben
jijzou verwerkt hebben
hijzou verwerkt hebben
wijzouden verwerkt hebben
julliezouden verwerkt hebben
zijzouden verwerkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverwerk

Translations

  • process, to perform a particular process
  • process, to think information over, and assimilate it
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    hanteren
    behandelen, gebruiken
    verdisconteren
    incalculeren, meenemen

    Sample Sentences

    • Den volgenden dag deed ik weder eene reis, en nu ik al wat draagbaar was uit het schip geplunderd had, begon ik met de kabels, die ik aan stukken kapte, die ik verwerken kon, en bragt twee kabels en een tros aan wal, met al het ijzerwerk, dat ik bekomen kon, en na de sprietzeilra en de bezaansra gekapt te hebben, en al wat ik kon, om een groot vlot te maken, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch verwerken, from Old Dutch farwirken. By surface analysis, ver- + werken (“to work”).

    Verbs referencing "verwerken"

    English forwork.

    Additional Information