Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: gebruiken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gebruikend
Past participle - Verleden deelwoord: gebruikt
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | gebruik |
| jij | gebruikt |
| hij | gebruikt |
| wij | gebruiken |
| jullie | gebruiken |
| zij | gebruiken |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gebruikt |
| jij | hebt gebruikt |
| hij | heeft gebruikt |
| wij | hebben gebruikt |
| jullie | hebben gebruikt |
| zij | hebben gebruikt |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | gebruikte |
| jij | gebruikte |
| hij | gebruikte |
| wij | gebruikten |
| jullie | gebruikten |
| zij | gebruikten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gebruikt |
| jij | had gebruikt |
| hij | had gebruikt |
| wij | hadden gebruikt |
| jullie | hadden gebruikt |
| zij | hadden gebruikt |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal gebruiken |
| jij | zult gebruiken |
| hij | zal gebruiken |
| wij | zullen gebruiken |
| jullie | zullen gebruiken |
| zij | zullen gebruiken |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gebruikt hebben |
| jij | zult gebruikt hebben |
| hij | zal gebruikt hebben |
| wij | zullen gebruikt hebben |
| jullie | zullen gebruikt hebben |
| zij | zullen gebruikt hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou gebruiken |
| jij | zou gebruiken |
| hij | zou gebruiken |
| wij | zouden gebruiken |
| jullie | zouden gebruiken |
| zij | zouden gebruiken |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gebruikt hebben |
| jij | zou gebruikt hebben |
| hij | zou gebruikt hebben |
| wij | zouden gebruikt hebben |
| jullie | zouden gebruikt hebben |
| zij | zouden gebruikt hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'gebruiken'
aanboeken,
aaneenkoeken,
aangrinniken,
aanharken,
aanjanken,
aanjuichen,
aankalken,
aanlijken,
aanlonken,
aanmerken,
aanreiken,
aanstuiken,
aanvonken,
aanwenken,
aanwerken,
afchecken,
afdanken,
afharken,
afkalken,
afkicken, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'gebruiken'
verbruiken,
bereiken,
bruisen,
gebeuren,
gelukken,
geraken,
getuigen,
kruiken,
misbruiken,
ruiken,
Translations
handle, to use the hands
skin, to use a replacement image for the graphical user interface of
trope, to use a trope
use, employ, apply
utilise, to make use of; to use
Sample Sentences
-
[...] dat zijne gasten door bezigheden verhinderd werden; ik moest dus maar met den matroos en den jongen, volgens gewoonte, uit visschen gaan, want zijne vrienden zouden het avondmaal bij hem komen gebruiken. Zoodra ik eenigen visch had, moest ik naar huis keeren en hem dien brengen.
(Robinson Crusoe)
-
Zeil hadden wij niet, en hadden het toch ook niet kunnen gebruiken; dus roeiden wij naar het land, schoon met bezwaarde harten, als mannen, die hun doodvonnis te gemoet gingen, want wij allen wisten zeer goed, dat als wij digt bij het strand kwamen, de branding [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] baatte mij echter weinig, en de nood scherpte mijn vernuft. Wij hadden verscheidene waarlooze rondhouten, twee of drie marsstengen, en een paar waarlooze marszera's aan boord. Ik besloot deze te gebruiken, en werkte er zooveel over boord als hare zwaarte dit toeliet, na aan ieder een touw gebonden te hebben, voor het wegdrijven. Nadat dit gedaan was, ging ik over boord, trok ze naar mij toe, en bond [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] buskruid. Kortom ik bragt al de zeilen er af, hoewel ik genoodzaakt was ze in stukken te snijden, en zooveel te gelijk mede te nemen als ik kon; want ik kon ze niet als zeilen, maar alleen het doek gebruiken.
(Robinson Crusoe)
-
[...] ik dat geld zag: " O slijk, " zeide ik, " waar zijt gij goed voor ? Gij zijt mij niet waardig, dat ik u van den grond opneem. Een van deze messen is meer waard dan die geheele hoop. Ik kan u niet gebruiken, blijf waar gij zijt, en verzink naar den bodem, als iets, dat niet waardig is gered te worden. " Bij nadere overweging nam ik het echter mede, en wikkelde alles in een stuk zeildoek, en begon te [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] en naar huis slepen. Ik bragt somtijds twee dagen door met een dezer palen te kappen en naar huis te brengen, en een derden met dien in den grond te slaan, waartoe ik eerst een zwaar stuk hout gebruikte, maar eindelijk bedacht mijn koevoet te gebruiken; doch ook hiermede bleef het inslaan van deze palen een zeer moeijelijk en vervelend werk. Maar wat behoefde ik mij te bekommeren of iets wat [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] met een dezer palen te kappen en naar huis te brengen, en een derden met dien in den grond te slaan, waartoe ik eerst een zwaar stuk hout gebruikte, maar eindelijk bedacht mijn koevoet te gebruiken; doch ook hiermede bleef het inslaan van deze palen een zeer moeijelijk en vervelend werk. Maar wat behoefde ik mij te bekommeren of iets wat ik te doen had, vervelend was, aangezien ik tijd genoeg [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] een kruiwagen. Ik liet dus het werk staan, en begon te overwegen, hoe ik in dit gebrek voorzien en mij eenige werktuigen vervaardigen zou. In plaats van het houweel, kon ik een der ijzeren koevoeten gebruiken, hoewel die zwaar genoeg waren; maar thans had ik eene spade noodig; deze was zoo noodig, dat ik zonder haar niet veel uitrigten kon; maar hoe ik er eene maken zou wist ik niet.
(Robinson Crusoe)
-
[...] gevogelte mede te voeden, ik denk toen het schip van Lissabon kwam. Wat er in overgebleven was, hadden de ratten opgegeten, en ik zag niets in den zak dan stof en vuilnis, en daar ik het zakje wilde gebruiken (ik denk om kruid in te doen, dat ik toen verdeelde, uit vrees voor den bliksem ) schudde ik den zak uit, aan de eene zijde van mijne schans onder de rots.
(Robinson Crusoe)
-
15 Mei. Ik ging met twee kleine bijlen naar het wrak en beproefde of ik geen stuk van het lood kon afkappen, door de eene bijl als eene wig te gebruiken, maar daar het lood anderhalf voet onder water lag, kon ik er niet genoeg bijkomen.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch gebruken, from Old Dutch *gibrūkan. Equivalent to modern ge- + bruiken.
Verbs referencing "gebruiken"
German, old spelling
gebrauchen, Alemannic German
bruuche.
Additional Information