meenemen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of meenemen

The word "meenemen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: meenemen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: meenemend
Past participle - Verleden deelwoord: meegeneemd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikneem mee
jijneemt mee
hijneemt mee
wijnemen mee
jullienemen mee
zijnemen mee

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb meegeneemd
jijhebt meegeneemd
hijheeft meegeneemd
wijhebben meegeneemd
julliehebben meegeneemd
zijhebben meegeneemd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikneemde mee
jijneemde mee
hijneemde mee
wijneemden mee
jullieneemden mee
zijneemden mee

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad meegeneemd
jijhad meegeneemd
hijhad meegeneemd
wijhadden meegeneemd
julliehadden meegeneemd
zijhadden meegeneemd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal meenemen
jijzult meenemen
hijzal meenemen
wijzullen meenemen
julliezullen meenemen
zijzullen meenemen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal meegeneemd hebben
jijzult meegeneemd hebben
hijzal meegeneemd hebben
wijzullen meegeneemd hebben
julliezullen meegeneemd hebben
zijzullen meegeneemd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou meenemen
jijzou meenemen
hijzou meenemen
wijzouden meenemen
julliezouden meenemen
zijzouden meenemen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou meegeneemd hebben
jijzou meegeneemd hebben
hijzou meegeneemd hebben
wijzouden meegeneemd hebben
julliezouden meegeneemd hebben
zijzouden meegeneemd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijneem mee

Verbs similar to 'meenemen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From mee (“with, along”) + nemen (“to take”).

Additional Information