vapen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vapen

The word "vapen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vapen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vapend
Past participle - Verleden deelwoord: gevaapt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvaap
jijvaapt
hijvaapt
wijvapen
jullievapen
zijvapen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gevaapt
jijhebt gevaapt
hijheeft gevaapt
wijhebben gevaapt
julliehebben gevaapt
zijhebben gevaapt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvaapte
jijvaapte
hijvaapte
wijvaapten
jullievaapten
zijvaapten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gevaapt
jijhad gevaapt
hijhad gevaapt
wijhadden gevaapt
julliehadden gevaapt
zijhadden gevaapt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vapen
jijzult vapen
hijzal vapen
wijzullen vapen
julliezullen vapen
zijzullen vapen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gevaapt hebben
jijzult gevaapt hebben
hijzal gevaapt hebben
wijzullen gevaapt hebben
julliezullen gevaapt hebben
zijzullen gevaapt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vapen
jijzou vapen
hijzou vapen
wijzouden vapen
julliezouden vapen
zijzouden vapen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gevaapt hebben
jijzou gevaapt hebben
hijzou gevaapt hebben
wijzouden gevaapt hebben
julliezouden gevaapt hebben
zijzouden gevaapt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvaap

Verbs similar to 'vapen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From English vape. See: English 'vape'.

Additional Information