uitvoeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitvoeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitvoeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitvoerend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgevoerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvoer uit
jijvoert uit
hijvoert uit
wijvoeren uit
jullievoeren uit
zijvoeren uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgevoerd
jijhebt uitgevoerd
hijheeft uitgevoerd
wijhebben uitgevoerd
julliehebben uitgevoerd
zijhebben uitgevoerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvoerde uit
jijvoerde uit
hijvoerde uit
wijvoerden uit
jullievoerden uit
zijvoerden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgevoerd
jijhad uitgevoerd
hijhad uitgevoerd
wijhadden uitgevoerd
julliehadden uitgevoerd
zijhadden uitgevoerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitvoeren
jijzult uitvoeren
hijzal uitvoeren
wijzullen uitvoeren
julliezullen uitvoeren
zijzullen uitvoeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgevoerd hebben
jijzult uitgevoerd hebben
hijzal uitgevoerd hebben
wijzullen uitgevoerd hebben
julliezullen uitgevoerd hebben
zijzullen uitgevoerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitvoeren
jijzou uitvoeren
hijzou uitvoeren
wijzouden uitvoeren
julliezouden uitvoeren
zijzouden uitvoeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgevoerd hebben
jijzou uitgevoerd hebben
hijzou uitgevoerd hebben
wijzouden uitgevoerd hebben
julliezouden uitgevoerd hebben
zijzouden uitgevoerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvoer uit

Translations

  • execute, to start a defined process and run it to completion
  • execute, to start a defined process, without regard to whether it runs to completion or not
  • execute, to start, launch or run software
  • output, send data to out of a computer
  • perform, to do (something)
  • process, to perform a particular process
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    exporteren
    invoeren, importeren
    doen
    verrichten
    opvoeren
    spelen, vertonen

    Sample Sentences

    • [...] dood had gevonden. Hij verzekerde mij, dat hij nimmer zou ophouden voor mijn welzijn te bidden, maar dat hij mij durfde voorspellen, dat, zoo ik den onzinnigen stap, waartoe ik voornemens scheen, uitvoerde, ik niet op ' s Hemels zegen hopen mogt, en dat het naderhand mij eenmaal zou berouwen, dat ik zijn raad niet gevolgd had, als ik in het ongeluk geraakte en niemand mij te hulp kwam. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch uutvoeren. By surface analysis, uit (“out”) + voeren (“to lead”). Compare German ausführen. See: German, old spelling 'ausführen'.

    Verbs referencing "uitvoeren"

    German, old spelling ausführen, Afrikaans uitvoer.

    Additional Information