uitstoten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitstoten

The word "uitstoten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitstoten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitstotend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgestoot

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstoot uit
jijstoot uit
hijstoot uit
wijstoten uit
julliestoten uit
zijstoten uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgestoot
jijhebt uitgestoot
hijheeft uitgestoot
wijhebben uitgestoot
julliehebben uitgestoot
zijhebben uitgestoot

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstootte uit
jijstootte uit
hijstootte uit
wijstootten uit
julliestootten uit
zijstootten uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgestoot
jijhad uitgestoot
hijhad uitgestoot
wijhadden uitgestoot
julliehadden uitgestoot
zijhadden uitgestoot

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitstoten
jijzult uitstoten
hijzal uitstoten
wijzullen uitstoten
julliezullen uitstoten
zijzullen uitstoten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgestoot hebben
jijzult uitgestoot hebben
hijzal uitgestoot hebben
wijzullen uitgestoot hebben
julliezullen uitgestoot hebben
zijzullen uitgestoot hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitstoten
jijzou uitstoten
hijzou uitstoten
wijzouden uitstoten
julliezouden uitstoten
zijzouden uitstoten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgestoot hebben
jijzou uitgestoot hebben
hijzou uitgestoot hebben
wijzouden uitgestoot hebben
julliezouden uitgestoot hebben
zijzouden uitgestoot hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstoot uit

Verbs conjugated like 'uitstoten'

aanpraten, baten, begroten, bepraten, haten, ompraten, praten, vergroten, zweten,

Verbs similar to 'uitstoten'

Translations

  • drop, to cease concerning oneself over (someone or something); to have nothing more to do with (a discussion, etc.)
  • ostracize, to exclude a person from a community or from society by not communicating with them or by refusing to acknowledge their presence
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From uit + stoten.

    Additional Information