Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: uitrusten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitrustend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgerust
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | rust uit |
| jij | rust uit |
| hij | rust uit |
| wij | rusten uit |
| jullie | rusten uit |
| zij | rusten uit |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb uitgerust |
| jij | hebt uitgerust |
| hij | heeft uitgerust |
| wij | hebben uitgerust |
| jullie | hebben uitgerust |
| zij | hebben uitgerust |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | rustte uit |
| jij | rustte uit |
| hij | rustte uit |
| wij | rustten uit |
| jullie | rustten uit |
| zij | rustten uit |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had uitgerust |
| jij | had uitgerust |
| hij | had uitgerust |
| wij | hadden uitgerust |
| jullie | hadden uitgerust |
| zij | hadden uitgerust |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal uitrusten |
| jij | zult uitrusten |
| hij | zal uitrusten |
| wij | zullen uitrusten |
| jullie | zullen uitrusten |
| zij | zullen uitrusten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal uitgerust hebben |
| jij | zult uitgerust hebben |
| hij | zal uitgerust hebben |
| wij | zullen uitgerust hebben |
| jullie | zullen uitgerust hebben |
| zij | zullen uitgerust hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou uitrusten |
| jij | zou uitrusten |
| hij | zou uitrusten |
| wij | zouden uitrusten |
| jullie | zouden uitrusten |
| zij | zouden uitrusten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou uitgerust hebben |
| jij | zou uitgerust hebben |
| hij | zou uitgerust hebben |
| wij | zouden uitgerust hebben |
| jullie | zouden uitgerust hebben |
| zij | zouden uitgerust hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'uitrusten'
aanboeken,
aaneenkoeken,
aangrinniken,
aanharken,
aanjanken,
aanjuichen,
aankalken,
aanlijken,
aanlonken,
aanmerken,
aanreiken,
aanstuiken,
aanvonken,
aanwenken,
aanwerken,
afchecken,
afdanken,
afharken,
afkalken,
afkicken, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'uitrusten'
uitbuiten,
berusten,
rusten,
uitdrukken,
uitlaten,
uitsluiten,
uitzetten,
aanristen,
afristen,
aftasten,
Translations
equip, to supply with something necessary in order to carry out a specific action or task
tool, to equip with tools
Sample Sentences
-
Maar ik werd door mijne verbeelding weggesleept, en gehoorzaamde deze blindelings, zonder naar mijn verstand te luisteren. Toen dus het schip uitgerust, de lading gereed en alles met mijne medereeders geschikt was, ging ik wederom te kwader ure, scheep, den 1sten September 1659, denzelfden dag waarop ik acht jaren geleden, mijne ouders te Hull [...]
(Robinson Crusoe)
-
Ik klom over de heining, en ging in de schaduw uitrusten, waar ik, want ik was zeer vermoeid, weldra in slaap viel. Maar oordeel, zoo gij kunt, lezer, over mijne verrassing, toen ik uit mijnen slaap wakker gemaakt werd, door eene stem, die mij [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] strooming liep. Alle dagen werd dit verlangen sterker, en eindelijk besloot ik te land daarheen te trekken, en ik deed dit langs het strand. Maar zoo iemand in Engeland een mensch ontmoet had, zoo uitgerust als ik, zou hij doodelijk verschrikt, of in lagchen uitgebarsten zijn. Ik lachte dikwijls als ik mij zelf bezag, en dacht hoe men zou opzien als ik zoo eens door Yorkshire trok. Luister slechts hoe [...]
(Robinson Crusoe)
-
Doch dit is in het voorbijgaan, ik werd door niemand gezien, en sloeg er dus ook weinig acht op hoe ik er uitzag. Ik zal dus hierover in het vervolg zwijgen. Aldus uitgerust ging ik op reis, en bleef vijf of zes dagen uit. Ik trok eerst het strand langs, regt naar de plaats waar ik met mijne boot geankerd had, om op de klippen te klimmen, en daar ik nu voor geene boot [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] die ieder met twee patronen en vijf kogels, en op mijne twee pistolen deed ik ook twee kogels op ieder. Volgens gewoonte hing ik mijne groote sabel op zijde en gaf Vrijdag zijne bijl. Na ons aldus uitgerust te hebben, nam ik mijn kijker en klom den heuvel op, om te zien wat ik ontdekken kon. Weldra bemerkte ik, dat er eenentwintig wilden waren, drie gevangenen en drie kanoes; en dat hunne geheele [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] met kruid en lood te dragen. Ik gelastte hem digt achter mij te blijven, en niet vooruit te gaan, noch te schieten noch iets te doen buiten mijn orders, en tevens geen enkel woord te spreken. Aldus uitgerust, maakte ik een omweg van bijkans eene (Eng. ) mijl, zoo wel om de kreek over te trekken als om in het bosch te komen; opdat ik hen binnen bereik van mijn schot mogt bekomen, zonder dat zij mij [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From uit + rusten (“to rest”).
Additional Information