uitglijden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitglijden

The word "uitglijden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitglijden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitglijdend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgeglijd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikglijd uit
jijglijdt uit
hijglijdt uit
wijglijden uit
jullieglijden uit
zijglijden uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgeglijd
jijhebt uitgeglijd
hijheeft uitgeglijd
wijhebben uitgeglijd
julliehebben uitgeglijd
zijhebben uitgeglijd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikglijdde uit
jijglijdde uit
hijglijdde uit
wijglijdden uit
jullieglijdden uit
zijglijdden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgeglijd
jijhad uitgeglijd
hijhad uitgeglijd
wijhadden uitgeglijd
julliehadden uitgeglijd
zijhadden uitgeglijd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitglijden
jijzult uitglijden
hijzal uitglijden
wijzullen uitglijden
julliezullen uitglijden
zijzullen uitglijden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgeglijd hebben
jijzult uitgeglijd hebben
hijzal uitgeglijd hebben
wijzullen uitgeglijd hebben
julliezullen uitgeglijd hebben
zijzullen uitgeglijd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitglijden
jijzou uitglijden
hijzou uitglijden
wijzouden uitglijden
julliezouden uitglijden
zijzouden uitglijden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgeglijd hebben
jijzou uitgeglijd hebben
hijzou uitgeglijd hebben
wijzouden uitgeglijd hebben
julliezouden uitgeglijd hebben
zijzouden uitgeglijd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijglijd uit

Verbs similar to 'uitglijden'

Translations

  • slide, to lose balance
  • slip, to lose one's traction
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From uit (“out”) + glijden (“to slide”).

    Additional Information