Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: schudden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: schuddend
Past participle - Verleden deelwoord: geschud
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | schud |
| jij | schudt |
| hij | schudt |
| wij | schudden |
| jullie | schudden |
| zij | schudden |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geschud |
| jij | hebt geschud |
| hij | heeft geschud |
| wij | hebben geschud |
| jullie | hebben geschud |
| zij | hebben geschud |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | schudde |
| jij | schudde |
| hij | schudde |
| wij | schudden |
| jullie | schudden |
| zij | schudden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geschud |
| jij | had geschud |
| hij | had geschud |
| wij | hadden geschud |
| jullie | hadden geschud |
| zij | hadden geschud |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal schudden |
| jij | zult schudden |
| hij | zal schudden |
| wij | zullen schudden |
| jullie | zullen schudden |
| zij | zullen schudden |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geschud hebben |
| jij | zult geschud hebben |
| hij | zal geschud hebben |
| wij | zullen geschud hebben |
| jullie | zullen geschud hebben |
| zij | zullen geschud hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou schudden |
| jij | zou schudden |
| hij | zou schudden |
| wij | zouden schudden |
| jullie | zouden schudden |
| zij | zouden schudden |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geschud hebben |
| jij | zou geschud hebben |
| hij | zou geschud hebben |
| wij | zouden geschud hebben |
| jullie | zouden geschud hebben |
| zij | zouden geschud hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'schudden'
afschudden,
schaden,
scheiden,
schelden,
schenden,
schuilen,
schuimen,
schuiven,
schallen,
schamen,
Translations
churn, tumble
churn, figuratively: produce excessive motion
concuss, injure the brain
cut, to divide a pack of playing cards
rock, cause to shake or sway violently
shake, transitive: to cause to move
shuffle, to put in a random order
tumble, tumble
waver, to shake or tremble
Sample Sentences
-
[...] hadden de ratten opgegeten, en ik zag niets in den zak dan stof en vuilnis, en daar ik het zakje wilde gebruiken (ik denk om kruid in te doen, dat ik toen verdeelde, uit vrees voor den bliksem ) schudde ik den zak uit, aan de eene zijde van mijne schans onder de rots.
(Robinson Crusoe)
-
[...] uit vrees, dat de stukken rots op mijn hoofd mogten vallen. Naauwelijks was ik op vasten grond, of ik zag duidelijk, dat het eene verschrikkelijke aardbeving was, want de grond, waarop ik stond, schudde driemaal, ongeveer acht minuten na elkander, zoo hevig, dat de sterkste gebouwen er door hadden moeten instorten, en een top van eene rots, die een halfuur van mij af, digt aan zee stond, viel met [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] O hoe blijd zou ik weer bij mijn volk zijn."—"Wat zoudt gij daar doen, " zeide ik, " zoudt gij weder een wilde worden, gelijk te voren, en menschenvleesch eten ? " — Hij zette een ernstig gelaat en schudde het hoofd, zeggende: " Neen, Vrijdag zou hun zeggen braaf te leven, hun zeggen God te bidden, hun zeggen brood te bakken, vleesch van dieren te eten, melk te drinken, geen menschenvleesch [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dat het mij eenigen tijd niet van het hart kon hem te roepen, maar eindelijk deed ik het, en hij kwam lagchende en dansende naar mij toe. Ik vroeg hem of hij zijn vader wat brood had gegeven. Hij schudde het hoofd, en zeide: " Neen, ik slechte kerel, alles opgegeten heb. " Ik gaf hem dus een stuk, dat ik nog in mijn zak had, voor zijn vader en een slok rum voor hem, maar hij wilde het niet drinken [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] den boom gekomen, en de beer was er halverwege op. Zoodra Vrijdag zag, dat hij het einde van den tak naderde, riep hij ons toe: " Nu zult gij een beer zien leeren dansen. " Hij begon dus den tak te schudden en er op te dansen, zoodat de beer begon te waggelen en achterom keek, alsof hij den aftogt wilde slaan, en wij ons van lagchen niet konden bedwingen. Maar Vrijdag had nog niet met hem gedaan; toen [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch schudden, from Old Dutch scudden, from Proto-West Germanic *skuddjan. Cognate with German schütten (“to pour”) and the iterative schütteln (“to shake”). See: German, old spelling '
schütten'.
Verbs referencing "schudden"
English
shudder, German, old spelling
schütten, Luxembourgish
schëdden.
Additional Information