schrijden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of schrijden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: schrijden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: schrijdend
Past participle - Verleden deelwoord: geschreden

Cognates

See the 6 cognates of schrijden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschrijd
jijschrijdt
hijschrijdt
wijschrijden
jullieschrijden
zijschrijden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geschreden
jijhebt geschreden
hijheeft geschreden
wijhebben geschreden
julliehebben geschreden
zijhebben geschreden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschreed
jijschreed
hijschreed
wijschreden
jullieschreden
zijschreden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geschreden
jijhad geschreden
hijhad geschreden
wijhadden geschreden
julliehadden geschreden
zijhadden geschreden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal schrijden
jijzult schrijden
hijzal schrijden
wijzullen schrijden
julliezullen schrijden
zijzullen schrijden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geschreden hebben
jijzult geschreden hebben
hijzal geschreden hebben
wijzullen geschreden hebben
julliezullen geschreden hebben
zijzullen geschreden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou schrijden
jijzou schrijden
hijzou schrijden
wijzouden schrijden
julliezouden schrijden
zijzouden schrijden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geschreden hebben
jijzou geschreden hebben
hijzou geschreden hebben
wijzouden geschreden hebben
julliezouden geschreden hebben
zijzouden geschreden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschrijd

Translations

  • stride, to walk with long steps
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    lopen
    stappen, treden

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch schriden, from Old Dutch *scrīthan, from Proto-West Germanic *skrīþan, from Proto-Germanic *skrīþaną. See: Middle Dutch 'schriden', Proto-Germanic '*skrīþaną'.

    Verbs referencing "schrijden"

    Old English scriþan, English shrithe.

    Additional Information