ristorneren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ristorneren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ristorneren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ristornerend
Past participle - Verleden deelwoord: geristorneerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikristorneer
jijristorneert
hijristorneert
wijristorneren
jullieristorneren
zijristorneren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geristorneerd
jijhebt geristorneerd
hijheeft geristorneerd
wijhebben geristorneerd
julliehebben geristorneerd
zijhebben geristorneerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikristorneerde
jijristorneerde
hijristorneerde
wijristorneerden
jullieristorneerden
zijristorneerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geristorneerd
jijhad geristorneerd
hijhad geristorneerd
wijhadden geristorneerd
julliehadden geristorneerd
zijhadden geristorneerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ristorneren
jijzult ristorneren
hijzal ristorneren
wijzullen ristorneren
julliezullen ristorneren
zijzullen ristorneren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geristorneerd hebben
jijzult geristorneerd hebben
hijzal geristorneerd hebben
wijzullen geristorneerd hebben
julliezullen geristorneerd hebben
zijzullen geristorneerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ristorneren
jijzou ristorneren
hijzou ristorneren
wijzouden ristorneren
julliezouden ristorneren
zijzouden ristorneren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geristorneerd hebben
jijzou geristorneerd hebben
hijzou geristorneerd hebben
wijzouden geristorneerd hebben
julliezouden geristorneerd hebben
zijzouden geristorneerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijristorneer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information