rewilden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of rewilden

The word "rewilden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: rewilden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rewildend
Past participle - Verleden deelwoord: gerewild

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrewild
jijrewildt
hijrewildt
wijrewilden
jullierewilden
zijrewilden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerewild
jijhebt gerewild
hijheeft gerewild
wijhebben gerewild
julliehebben gerewild
zijhebben gerewild

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrewildde
jijrewildde
hijrewildde
wijrewildden
jullierewildden
zijrewildden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerewild
jijhad gerewild
hijhad gerewild
wijhadden gerewild
julliehadden gerewild
zijhadden gerewild

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal rewilden
jijzult rewilden
hijzal rewilden
wijzullen rewilden
julliezullen rewilden
zijzullen rewilden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerewild hebben
jijzult gerewild hebben
hijzal gerewild hebben
wijzullen gerewild hebben
julliezullen gerewild hebben
zijzullen gerewild hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou rewilden
jijzou rewilden
hijzou rewilden
wijzouden rewilden
julliezouden rewilden
zijzouden rewilden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerewild hebben
jijzou gerewild hebben
hijzou gerewild hebben
wijzouden gerewild hebben
julliezouden gerewild hebben
zijzouden gerewild hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrewild

Verbs similar to 'rewilden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From English rewild, which was also calqued into Dutch as herwilderen. See: English 'rewild'.

Additional Information