recenseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of recenseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: recenseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: recenserend
Past participle - Verleden deelwoord: gerecenseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrecenseer
jijrecenseert
hijrecenseert
wijrecenseren
jullierecenseren
zijrecenseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerecenseerd
jijhebt gerecenseerd
hijheeft gerecenseerd
wijhebben gerecenseerd
julliehebben gerecenseerd
zijhebben gerecenseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrecenseerde
jijrecenseerde
hijrecenseerde
wijrecenseerden
jullierecenseerden
zijrecenseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerecenseerd
jijhad gerecenseerd
hijhad gerecenseerd
wijhadden gerecenseerd
julliehadden gerecenseerd
zijhadden gerecenseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal recenseren
jijzult recenseren
hijzal recenseren
wijzullen recenseren
julliezullen recenseren
zijzullen recenseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerecenseerd hebben
jijzult gerecenseerd hebben
hijzal gerecenseerd hebben
wijzullen gerecenseerd hebben
julliezullen gerecenseerd hebben
zijzullen gerecenseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou recenseren
jijzou recenseren
hijzou recenseren
wijzouden recenseren
julliezouden recenseren
zijzouden recenseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerecenseerd hebben
jijzou gerecenseerd hebben
hijzou gerecenseerd hebben
wijzouden gerecenseerd hebben
julliezouden gerecenseerd hebben
zijzouden gerecenseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrecenseer

Translations

  • review, to write a review
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French recenser, from Latin recēnsēre. See: French 'recenser', Latin 'recenseo'.

    Additional Information