prediken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of prediken

The word "prediken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: prediken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: predikend
Past participle - Verleden deelwoord: geprediikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikprediik
jijprediikt
hijprediikt
wijprediken
jullieprediken
zijprediken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geprediikt
jijhebt geprediikt
hijheeft geprediikt
wijhebben geprediikt
julliehebben geprediikt
zijhebben geprediikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikprediikte
jijprediikte
hijprediikte
wijprediikten
jullieprediikten
zijprediikten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geprediikt
jijhad geprediikt
hijhad geprediikt
wijhadden geprediikt
julliehadden geprediikt
zijhadden geprediikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal prediken
jijzult prediken
hijzal prediken
wijzullen prediken
julliezullen prediken
zijzullen prediken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geprediikt hebben
jijzult geprediikt hebben
hijzal geprediikt hebben
wijzullen geprediikt hebben
julliezullen geprediikt hebben
zijzullen geprediikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou prediken
jijzou prediken
hijzou prediken
wijzouden prediken
julliezouden prediken
zijzouden prediken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geprediikt hebben
jijzou geprediikt hebben
hijzou geprediikt hebben
wijzouden geprediikt hebben
julliezouden geprediikt hebben
zijzouden geprediikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijprediik

Verbs similar to 'prediken'

Translations

  • preach, give a sermon
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch prēdiken, from Old Dutch predicon, from Latin praedicō. See: Old Dutch 'predicon', Latin 'praedicō'.

    Verbs referencing "prediken"

    Danish prædike.

    Additional Information