ploegen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ploegen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ploegen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ploegend
Past participle - Verleden deelwoord: geploegd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikploeg
jijploegt
hijploegt
wijploegen
jullieploegen
zijploegen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geploegd
jijhebt geploegd
hijheeft geploegd
wijhebben geploegd
julliehebben geploegd
zijhebben geploegd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikploegde
jijploegde
hijploegde
wijploegden
jullieploegden
zijploegden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geploegd
jijhad geploegd
hijhad geploegd
wijhadden geploegd
julliehadden geploegd
zijhadden geploegd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ploegen
jijzult ploegen
hijzal ploegen
wijzullen ploegen
julliezullen ploegen
zijzullen ploegen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geploegd hebben
jijzult geploegd hebben
hijzal geploegd hebben
wijzullen geploegd hebben
julliezullen geploegd hebben
zijzullen geploegd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ploegen
jijzou ploegen
hijzou ploegen
wijzouden ploegen
julliezouden ploegen
zijzouden ploegen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geploegd hebben
jijzou geploegd hebben
hijzou geploegd hebben
wijzouden geploegd hebben
julliezouden geploegd hebben
zijzouden geploegd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijploeg

Translations

  • plough, to use a plough on to prepare for planting
  • plough, to use a plough
  • till, to work or cultivate
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    omwerken
    omwoelen
    ploeteren
    zwoegen

    Sample Sentences

    • De boer ploegt het veld voor het zaaien van de gewassen. (The farmer ploughs the field before sowing the crops.)
    • Het paard ploegde de akker om de grond klaar te maken voor het planten. (The horse ploughed the field to prepare the soil for planting.)
    • In het voorjaar ploegen de boeren vaak hun land om het voor te bereiden op het nieuwe seizoen. (In spring, farmers often plough their land to prepare it for the new season.)

    Etymology

    From Middle Dutch ploegen. Equivalent to ploeg + -en.

    Verbs referencing "ploegen"

    German, Pennsylvania bluge.

    Additional Information