piekeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of piekeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: piekeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: piekerend
Past participle - Verleden deelwoord: gepiekerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikpieker
jijpiekert
hijpiekert
wijpiekeren
julliepiekeren
zijpiekeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gepiekerd
jijhebt gepiekerd
hijheeft gepiekerd
wijhebben gepiekerd
julliehebben gepiekerd
zijhebben gepiekerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikpiekerde
jijpiekerde
hijpiekerde
wijpiekerden
julliepiekerden
zijpiekerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gepiekerd
jijhad gepiekerd
hijhad gepiekerd
wijhadden gepiekerd
julliehadden gepiekerd
zijhadden gepiekerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal piekeren
jijzult piekeren
hijzal piekeren
wijzullen piekeren
julliezullen piekeren
zijzullen piekeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gepiekerd hebben
jijzult gepiekerd hebben
hijzal gepiekerd hebben
wijzullen gepiekerd hebben
julliezullen gepiekerd hebben
zijzullen gepiekerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou piekeren
jijzou piekeren
hijzou piekeren
wijzouden piekeren
julliezouden piekeren
zijzouden piekeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gepiekerd hebben
jijzou gepiekerd hebben
hijzou gepiekerd hebben
wijzouden gepiekerd hebben
julliezouden gepiekerd hebben
zijzouden gepiekerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijpieker

Translations

  • brood, to dwell upon moodily and at length
  • fret, to chafe or irritate; to worry
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from Malay pikir, fikir (“to discuss, to reflect upon”), from Arabic فِكْر (fikr, “thought, idea, opinion; consideration, reflection”), related to فَكَرَ (fakara, “to think, to ponder over; to reflect, to consider”) and to فَكَّرَ (fakkara, “to think, to ponder over; to reflect, to consider”). See: Arabic 'فكر'.

    Additional Information