persifleren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of persifleren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: persifleren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: persiflerend
Past participle - Verleden deelwoord: gepersifleerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikpersifleer
jijpersifleert
hijpersifleert
wijpersifleren
julliepersifleren
zijpersifleren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gepersifleerd
jijhebt gepersifleerd
hijheeft gepersifleerd
wijhebben gepersifleerd
julliehebben gepersifleerd
zijhebben gepersifleerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikpersifleerde
jijpersifleerde
hijpersifleerde
wijpersifleerden
julliepersifleerden
zijpersifleerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gepersifleerd
jijhad gepersifleerd
hijhad gepersifleerd
wijhadden gepersifleerd
julliehadden gepersifleerd
zijhadden gepersifleerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal persifleren
jijzult persifleren
hijzal persifleren
wijzullen persifleren
julliezullen persifleren
zijzullen persifleren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gepersifleerd hebben
jijzult gepersifleerd hebben
hijzal gepersifleerd hebben
wijzullen gepersifleerd hebben
julliezullen gepersifleerd hebben
zijzullen gepersifleerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou persifleren
jijzou persifleren
hijzou persifleren
wijzouden persifleren
julliezouden persifleren
zijzouden persifleren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gepersifleerd hebben
jijzou gepersifleerd hebben
hijzou gepersifleerd hebben
wijzouden gepersifleerd hebben
julliezouden gepersifleerd hebben
zijzouden gepersifleerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijpersifleer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from French persifler. See: French 'persifler'.

Additional Information