overlopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of overlopen

The word "overlopen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: overlopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: overlopend
Past participle - Verleden deelwoord: overgeloopt

Cognates

See the 2 cognates of overlopen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikloop over
jijloopt over
hijloopt over
wijlopen over
jullielopen over
zijlopen over

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb overgeloopt
jijhebt overgeloopt
hijheeft overgeloopt
wijhebben overgeloopt
julliehebben overgeloopt
zijhebben overgeloopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikloopte over
jijloopte over
hijloopte over
wijloopten over
jullieloopten over
zijloopten over

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad overgeloopt
jijhad overgeloopt
hijhad overgeloopt
wijhadden overgeloopt
julliehadden overgeloopt
zijhadden overgeloopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal overlopen
jijzult overlopen
hijzal overlopen
wijzullen overlopen
julliezullen overlopen
zijzullen overlopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal overgeloopt hebben
jijzult overgeloopt hebben
hijzal overgeloopt hebben
wijzullen overgeloopt hebben
julliezullen overgeloopt hebben
zijzullen overgeloopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou overlopen
jijzou overlopen
hijzou overlopen
wijzouden overlopen
julliezouden overlopen
zijzouden overlopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou overgeloopt hebben
jijzou overgeloopt hebben
hijzou overgeloopt hebben
wijzouden overgeloopt hebben
julliezouden overgeloopt hebben
zijzouden overgeloopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijloop over

Verbs similar to 'overlopen'

Translations

  • abound, to be full to overflowing
  • brim, to be full to overflowing
  • defect, to abandon; to change one's loyalty
  • defect, to join the enemy
  • defect, to flee one's country and seek asylum
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From over + lopen.

    Verbs referencing "overlopen"

    English overleap.

    Additional Information