opvreten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opvreten

The word "opvreten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opvreten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opvretend
Past participle - Verleden deelwoord: opgevreet

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvreet op
jijvreet op
hijvreet op
wijvreten op
jullievreten op
zijvreten op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgevreet
jijhebt opgevreet
hijheeft opgevreet
wijhebben opgevreet
julliehebben opgevreet
zijhebben opgevreet

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvreette op
jijvreette op
hijvreette op
wijvreetten op
jullievreetten op
zijvreetten op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgevreet
jijhad opgevreet
hijhad opgevreet
wijhadden opgevreet
julliehadden opgevreet
zijhadden opgevreet

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opvreten
jijzult opvreten
hijzal opvreten
wijzullen opvreten
julliezullen opvreten
zijzullen opvreten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgevreet hebben
jijzult opgevreet hebben
hijzal opgevreet hebben
wijzullen opgevreet hebben
julliezullen opgevreet hebben
zijzullen opgevreet hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opvreten
jijzou opvreten
hijzou opvreten
wijzouden opvreten
julliezouden opvreten
zijzouden opvreten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgevreet hebben
jijzou opgevreet hebben
hijzou opgevreet hebben
wijzouden opgevreet hebben
julliezouden opgevreet hebben
zijzouden opgevreet hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvreet op

Verbs conjugated like 'opvreten'

aanpraten, baten, begroten, bepraten, haten, ompraten, praten, vergroten, zweten,

Verbs similar to 'opvreten'

Translations

  • eat, colloquial: cause to worry
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From op (“up”) + vreten (“to eat greedily”).

    Additional Information