ontvlieden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontvlieden

The word "ontvlieden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontvlieden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontvliedend
Past participle - Verleden deelwoord: ontvlied

Cognates

See the 2 cognates of ontvlieden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontvlied
jijontvliedt
hijontvliedt
wijontvlieden
jullieontvlieden
zijontvlieden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontvlied
jijhebt ontvlied
hijheeft ontvlied
wijhebben ontvlied
julliehebben ontvlied
zijhebben ontvlied

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontvliedde
jijontvliedde
hijontvliedde
wijontvliedden
jullieontvliedden
zijontvliedden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontvlied
jijhad ontvlied
hijhad ontvlied
wijhadden ontvlied
julliehadden ontvlied
zijhadden ontvlied

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontvlieden
jijzult ontvlieden
hijzal ontvlieden
wijzullen ontvlieden
julliezullen ontvlieden
zijzullen ontvlieden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontvlied hebben
jijzult ontvlied hebben
hijzal ontvlied hebben
wijzullen ontvlied hebben
julliezullen ontvlied hebben
zijzullen ontvlied hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontvlieden
jijzou ontvlieden
hijzou ontvlieden
wijzouden ontvlieden
julliezouden ontvlieden
zijzouden ontvlieden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontvlied hebben
jijzou ontvlied hebben
hijzou ontvlied hebben
wijzouden ontvlied hebben
julliezouden ontvlied hebben
zijzouden ontvlied hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontvlied

Verbs similar to 'ontvlieden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From ont- + vlieden.

Verbs referencing "ontvlieden"

Danish undfly.

Additional Information