omwaaien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of omwaaien

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: omwaaien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: omwaaiend
Past participle - Verleden deelwoord: omgewaaid

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwaai om
jijwaait om
hijwaait om
wijwaaien om
julliewaaien om
zijwaaien om

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb omgewaaid
jijhebt omgewaaid
hijheeft omgewaaid
wijhebben omgewaaid
julliehebben omgewaaid
zijhebben omgewaaid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwoei om; waaide om
jijwoei om; waaide om
hijwoei om; waaide om
wijwoeien om; waaiden om
julliewoeien om; waaiden om
zijwoeien om; waaiden om

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad omgewaaid
jijhad omgewaaid
hijhad omgewaaid
wijhadden omgewaaid
julliehadden omgewaaid
zijhadden omgewaaid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal omwaaien
jijzult omwaaien
hijzal omwaaien
wijzullen omwaaien
julliezullen omwaaien
zijzullen omwaaien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal omgewaaid hebben
jijzult omgewaaid hebben
hijzal omgewaaid hebben
wijzullen omgewaaid hebben
julliezullen omgewaaid hebben
zijzullen omgewaaid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou omwaaien
jijzou omwaaien
hijzou omwaaien
wijzouden omwaaien
julliezouden omwaaien
zijzouden omwaaien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou omgewaaid hebben
jijzou omgewaaid hebben
hijzou omgewaaid hebben
wijzouden omgewaaid hebben
julliezouden omgewaaid hebben
zijzouden omgewaaid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwaai om

Verbs conjugated like 'omwaaien'

omwaaien, waaien,

Verbs similar to 'omwaaien'

lawaaien, maaien, omdraaien, waaien, zwaaien, aaien, afmaaien, afnaaien, baaien, draaien,

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From om + waaien.

Additional Information