negligeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of negligeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: negligeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: negligerend
Past participle - Verleden deelwoord: genegligeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iknegligeer
jijnegligeert
hijnegligeert
wijnegligeren
jullienegligeren
zijnegligeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb genegligeerd
jijhebt genegligeerd
hijheeft genegligeerd
wijhebben genegligeerd
julliehebben genegligeerd
zijhebben genegligeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iknegligeerde
jijnegligeerde
hijnegligeerde
wijnegligeerden
jullienegligeerden
zijnegligeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad genegligeerd
jijhad genegligeerd
hijhad genegligeerd
wijhadden genegligeerd
julliehadden genegligeerd
zijhadden genegligeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal negligeren
jijzult negligeren
hijzal negligeren
wijzullen negligeren
julliezullen negligeren
zijzullen negligeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal genegligeerd hebben
jijzult genegligeerd hebben
hijzal genegligeerd hebben
wijzullen genegligeerd hebben
julliezullen genegligeerd hebben
zijzullen genegligeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou negligeren
jijzou negligeren
hijzou negligeren
wijzouden negligeren
julliezouden negligeren
zijzouden negligeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou genegligeerd hebben
jijzou genegligeerd hebben
hijzou genegligeerd hebben
wijzouden genegligeerd hebben
julliezouden genegligeerd hebben
zijzouden genegligeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijnegligeer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information