mobiliseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of mobiliseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: mobiliseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: mobiliserend
Past participle - Verleden deelwoord: gemobiliseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmobiliseer
jijmobiliseert
hijmobiliseert
wijmobiliseren
julliemobiliseren
zijmobiliseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemobiliseerd
jijhebt gemobiliseerd
hijheeft gemobiliseerd
wijhebben gemobiliseerd
julliehebben gemobiliseerd
zijhebben gemobiliseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmobiliseerde
jijmobiliseerde
hijmobiliseerde
wijmobiliseerden
julliemobiliseerden
zijmobiliseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemobiliseerd
jijhad gemobiliseerd
hijhad gemobiliseerd
wijhadden gemobiliseerd
julliehadden gemobiliseerd
zijhadden gemobiliseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal mobiliseren
jijzult mobiliseren
hijzal mobiliseren
wijzullen mobiliseren
julliezullen mobiliseren
zijzullen mobiliseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemobiliseerd hebben
jijzult gemobiliseerd hebben
hijzal gemobiliseerd hebben
wijzullen gemobiliseerd hebben
julliezullen gemobiliseerd hebben
zijzullen gemobiliseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou mobiliseren
jijzou mobiliseren
hijzou mobiliseren
wijzouden mobiliseren
julliezouden mobiliseren
zijzouden mobiliseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemobiliseerd hebben
jijzou gemobiliseerd hebben
hijzou gemobiliseerd hebben
wijzouden gemobiliseerd hebben
julliezouden gemobiliseerd hebben
zijzouden gemobiliseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmobiliseer

Translations

  • mobilise, to assemble troops and their equipment in a coordinated fashion so as to be ready for war
  • mobilise, to arrange or organise people or resources to achieve a particular purpose
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    activeren
    inzetten, oproepen

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French mobiliser. See: French 'mobiliser'.

    Additional Information