konden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of konden

The word "konden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: konden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kondend
Past participle - Verleden deelwoord: gekond

Cognates

See the 3 cognates of konden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkond
jijkondt
hijkondt
wijkonden
julliekonden
zijkonden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekond
jijhebt gekond
hijheeft gekond
wijhebben gekond
julliehebben gekond
zijhebben gekond

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkondde
jijkondde
hijkondde
wijkondden
julliekondden
zijkondden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekond
jijhad gekond
hijhad gekond
wijhadden gekond
julliehadden gekond
zijhadden gekond

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal konden
jijzult konden
hijzal konden
wijzullen konden
julliezullen konden
zijzullen konden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekond hebben
jijzult gekond hebben
hijzal gekond hebben
wijzullen gekond hebben
julliezullen gekond hebben
zijzullen gekond hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou konden
jijzou konden
hijzou konden
wijzouden konden
julliezouden konden
zijzouden konden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekond hebben
jijzou gekond hebben
hijzou gekond hebben
wijzouden gekond hebben
julliezouden gekond hebben
zijzouden gekond hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkond

Verbs similar to 'konden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch conden, from Old Dutch cunden, from Proto-West Germanic *kunþijan, from Proto-Germanic *kunþijaną. By surface analysis, kond + -en. See: Middle Dutch 'conden', Proto-Germanic '*kunþijaną'.

Verbs referencing "konden"

Icelandic kynna.

Additional Information