inlopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of inlopen

The word "inlopen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: inlopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: inlopend
Past participle - Verleden deelwoord: ingeloopt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikloop in
jijloopt in
hijloopt in
wijlopen in
jullielopen in
zijlopen in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingeloopt
jijhebt ingeloopt
hijheeft ingeloopt
wijhebben ingeloopt
julliehebben ingeloopt
zijhebben ingeloopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikloopte in
jijloopte in
hijloopte in
wijloopten in
jullieloopten in
zijloopten in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingeloopt
jijhad ingeloopt
hijhad ingeloopt
wijhadden ingeloopt
julliehadden ingeloopt
zijhadden ingeloopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal inlopen
jijzult inlopen
hijzal inlopen
wijzullen inlopen
julliezullen inlopen
zijzullen inlopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingeloopt hebben
jijzult ingeloopt hebben
hijzal ingeloopt hebben
wijzullen ingeloopt hebben
julliezullen ingeloopt hebben
zijzullen ingeloopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou inlopen
jijzou inlopen
hijzou inlopen
wijzouden inlopen
julliezouden inlopen
zijzouden inlopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingeloopt hebben
jijzou ingeloopt hebben
hijzou ingeloopt hebben
wijzouden ingeloopt hebben
julliezouden ingeloopt hebben
zijzouden ingeloopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijloop in

Verbs similar to 'inlopen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Ze zijn de verkeerde kamer ingelopen (They walked into the wrong room)
  • Door harder te fietsen, kon ik de groep wielrenners voor mij inlopen (By cycling faster, I was able to catch up with the group of cyclists ahead of me)
  • Ik moet wat extra uren werken om mijn achterstand in te lopen (I have to work some extra hours to catch up on my backlog)
  • Mijn nieuwe schoenen zaten heel strak, maar na een paar dagen inlopen zaten ze veel beter (My new shoes were very tight, but after wearing them in for a few days, they felt much better)

Etymology

Inherited from Middle Dutch inlôpen. Equivalent to in (“in”) + lopen (“to walk”).

Additional Information