improviseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of improviseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: improviseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: improviserend
Past participle - Verleden deelwoord: geïmproviseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikimproviseer
jijimproviseert
hijimproviseert
wijimproviseren
jullieimproviseren
zijimproviseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geïmproviseerd
jijhebt geïmproviseerd
hijheeft geïmproviseerd
wijhebben geïmproviseerd
julliehebben geïmproviseerd
zijhebben geïmproviseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikimproviseerde
jijimproviseerde
hijimproviseerde
wijimproviseerden
jullieimproviseerden
zijimproviseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geïmproviseerd
jijhad geïmproviseerd
hijhad geïmproviseerd
wijhadden geïmproviseerd
julliehadden geïmproviseerd
zijhadden geïmproviseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal improviseren
jijzult improviseren
hijzal improviseren
wijzullen improviseren
julliezullen improviseren
zijzullen improviseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geïmproviseerd hebben
jijzult geïmproviseerd hebben
hijzal geïmproviseerd hebben
wijzullen geïmproviseerd hebben
julliezullen geïmproviseerd hebben
zijzullen geïmproviseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou improviseren
jijzou improviseren
hijzou improviseren
wijzouden improviseren
julliezouden improviseren
zijzouden improviseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geïmproviseerd hebben
jijzou geïmproviseerd hebben
hijzou geïmproviseerd hebben
wijzouden geïmproviseerd hebben
julliezouden geïmproviseerd hebben
zijzouden geïmproviseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijimproviseer

Translations

  • ad-lib, to improvise
  • improvise, to make something up as one goes on
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French improviser. See: French 'improviser'.

    Additional Information