horen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of horen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: horen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: horend
Past participle - Verleden deelwoord: gehoord

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhoor
jijhoort
hijhoort
wijhoren
julliehoren
zijhoren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehoord
jijhebt gehoord
hijheeft gehoord
wijhebben gehoord
julliehebben gehoord
zijhebben gehoord

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhoorde
jijhoorde
hijhoorde
wijhoorden
julliehoorden
zijhoorden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehoord
jijhad gehoord
hijhad gehoord
wijhadden gehoord
julliehadden gehoord
zijhadden gehoord

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal horen
jijzult horen
hijzal horen
wijzullen horen
julliezullen horen
zijzullen horen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehoord hebben
jijzult gehoord hebben
hijzal gehoord hebben
wijzullen gehoord hebben
julliezullen gehoord hebben
zijzullen gehoord hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou horen
jijzou horen
hijzou horen
wijzouden horen
julliezouden horen
zijzouden horen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehoord hebben
jijzou gehoord hebben
hijzou gehoord hebben
wijzouden gehoord hebben
julliezouden gehoord hebben
zijzouden gehoord hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhoor

Translations

  • hear, to perceive with the ear
  • hear, To receive information about; to come to [[learn]] of
  • read, be able to hear (in a radio communication)
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beluisteren
    bemerken, opmerken
    aanhoren
    verhoren
    behoren
    betamen, moeten, passen

    Sample Sentences

    • De kapitein hield zich ijverig met de zorg voor zijn vaartuig bezig, maar ik hoorde hem binnen ' s monds zeggen, terwijl hij digt langs mij heen, in de kajuit ging: " Heere, heb medelijden met ons ! het is met ons gedaan ! alles is verloren ! " en dergelijke uitdrukkingen meer. In [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] daartegen te verharden. Ik zeide tot mijzelven, dat de eerste bitterheid van den angst voorbij was, en dat deze onrust niets zou zijn in vergelijking van de eerste. Maar toen ik den kapitein zelf hoorde zeggen, dat wij allen in gevaar waren van te vergaan, gevoelde ik een ontzettenden angst. Ik vloog uit de kajuit, sloeg de oogen rondom mij en zag een allerverschrikkelijkst schouwspel. De golven [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] naar Hull terug en vandaar naar huis te gaan, ik ware gelukkig geweest, en mijn vader zou, even als die in de gelijkenis van den verloren zoon, zelfs het gemeste kalf geslagt hebben; want na gehoord te hebben dat het schip, waarop ik gegaan was, op de reede van Yarmouth was verbrijzeld, duurde het lang, alvorens hij vernam dat ik niet verdronken was. (Robinson Crusoe)
    • [...] kapitein van een schip, die van de kust van Guinea teruggekomen was, en eene goede reis gemaakt en dus besloten had derwaarts terug te keeren. Mijn voorkomen geviel dezen man, en daar hij van mij hoorde, dat ik verlangde de wereld te zien, zeide hij, dat, zoo ik met hem wilde gaan, het mij niets kosten zou; ik kon aan zijne tafel eten, en zoo ik eenige koopwaren wilde medenemen, die zoo voordeelig [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] jaren verlevendigde eene gebeurtenis weder al mijne gedachten van ontvlugting. Mijn meester bleef langer tijd dan gewoonlijk aan wal, zonder zijn schip uit te rusten, uit gebrek aan geld, naar ik hoorde, en in dien tijd ging hij een paar malen ' s weeks en meer, als het goed weder was, met de scheepspinas op de reede visschen. Hij nam dan altijd mij en een jongen Moor mede om te roeijen; wij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] zoet water was het voornaamste wat ik noodig had. Met den avond liepen wij de kreek binnen, en besloten, zoodra het duister zou zijn, naar den wal te zwemmen, en het land te verkennen; maar weldra hoorden wij zulk een verschrikkelijk gebrul, gehuil en geblaf van wilde dieren, welke, was ons onbekend, dat de arme knaap schier van vrees bezweek en mij bezwoer niet vóór den dag aan land te gaan. (Robinson Crusoe)
    • [...] later zagen wij groote wilde beesten, wier naam ons onbekend was, naar het strand komen, en zich in het water storten als om zich af te koelen, onder een gehuil en gebrul zoo hevig als ik nimmer gehoord had. (Robinson Crusoe)
    • Xury was half dood van angst en ik ook; maar het werd nog erger, toen wij een dier geweldige beesten naar onze boot hoorden toezwemmen; wij konden hem niet zien, maar hoorden zijn verschrikkelijk gesnuif. Xury zeide, dat het een leeuw was, hetgeen wel waar zijn kon, en riep, dat wij het anker ligten en wegroeijen [...] (Robinson Crusoe)
    • Xury was half dood van angst en ik ook; maar het werd nog erger, toen wij een dier geweldige beesten naar onze boot hoorden toezwemmen; wij konden hem niet zien, maar hoorden zijn verschrikkelijk gesnuif. Xury zeide, dat het een leeuw was, hetgeen wel waar zijn kon, en riep, dat wij het anker ligten en wegroeijen moesten. (Robinson Crusoe)
    • [...] is ' t dat akelig gehuil en gebrul te beschrijven, dat zoowel aan het strand als dieper in het land ontstond, na het geraas van het schot, iets, wat deze dieren waarschijnlijk nimmer te voren gehoord hadden. Dit bewees, dat het niet veilig was dien nacht op de kust te gaan; en hoe het bij dag zijn zou, was eene andere vraag, want het was even erg in de handen der wilden, als in de klaauwen der [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch horen, from Old Dutch *hōren, from Proto-West Germanic *hauʀijan, from Proto-Germanic *hauzijaną, from Proto-Indo-European *h₂ḱh₂owsyéti. See: Middle Dutch 'horen', Proto-Germanic '*hauzijaną', Proto-Indo-European '*h₂ḱh₂owsyéti'.

    Verbs referencing "horen"

    English hear, German, old spelling hören, Afrikaans hoor, German, Pennsylvania heere, Luxembourgish héieren.

    Additional Information