betamen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of betamen

The word "betamen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: betamen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: betamend
Past participle - Verleden deelwoord: betaamd

Cognates

See the 3 cognates of betamen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbetaam
jijbetaamt
hijbetaamt
wijbetamen
julliebetamen
zijbetamen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb betaamd
jijhebt betaamd
hijheeft betaamd
wijhebben betaamd
julliehebben betaamd
zijhebben betaamd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbetaamde
jijbetaamde
hijbetaamde
wijbetaamden
julliebetaamden
zijbetaamden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad betaamd
jijhad betaamd
hijhad betaamd
wijhadden betaamd
julliehadden betaamd
zijhadden betaamd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal betamen
jijzult betamen
hijzal betamen
wijzullen betamen
julliezullen betamen
zijzullen betamen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal betaamd hebben
jijzult betaamd hebben
hijzal betaamd hebben
wijzullen betaamd hebben
julliezullen betaamd hebben
zijzullen betaamd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou betamen
jijzou betamen
hijzou betamen
wijzouden betamen
julliezouden betamen
zijzouden betamen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou betaamd hebben
jijzou betaamd hebben
hijzou betaamd hebben
wijzouden betaamd hebben
julliezouden betaamd hebben
zijzouden betaamd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbetaam

Verbs similar to 'betamen'

Translations

  • behove, to befit, to suit
  • byhove, to suit, to befit
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch betamen, from tamen (“to behove, befit”), ultimately from Proto-Germanic *tamōną, though exact cognates are lacking. Other Germanic languages have cognates with -e- or -i-: Old High German zeman (German ziemen), Old Saxon teman, Old Frisian timia, Old English temian (English beteem). However, the -a- is also found in tamelijk. See: Old High German 'zeman', German, old spelling 'ziemen', Old Frisian 'timia', Old English 'temian', English 'beteem'.

    Verbs referencing "betamen"

    English beteem, German, old spelling ziemen.

    Additional Information