gorden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gorden

The word "gorden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gorden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gordend
Past participle - Verleden deelwoord: gegord

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgord
jijgordt
hijgordt
wijgorden
julliegorden
zijgorden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegord
jijhebt gegord
hijheeft gegord
wijhebben gegord
julliehebben gegord
zijhebben gegord

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgordde
jijgordde
hijgordde
wijgordden
julliegordden
zijgordden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegord
jijhad gegord
hijhad gegord
wijhadden gegord
julliehadden gegord
zijhadden gegord

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gorden
jijzult gorden
hijzal gorden
wijzullen gorden
julliezullen gorden
zijzullen gorden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegord hebben
jijzult gegord hebben
hijzal gegord hebben
wijzullen gegord hebben
julliezullen gegord hebben
zijzullen gegord hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gorden
jijzou gorden
hijzou gorden
wijzouden gorden
julliezouden gorden
zijzouden gorden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegord hebben
jijzou gegord hebben
hijzou gegord hebben
wijzouden gegord hebben
julliezouden gegord hebben
zijzouden gegord hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgord

Verbs similar to 'gorden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch gorden, from Old Dutch gurden, from Proto-Germanic *gurdijaną. See: Proto-Germanic '*gurdijaną'.

Verbs referencing "gorden"

English gird.

Additional Information