Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: doorbrengen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: doorbrengend
Past participle - Verleden deelwoord: doorgebracht
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | breng door |
| jij | brengt door |
| hij | brengt door |
| wij | brengen door |
| jullie | brengen door |
| zij | brengen door |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb doorgebracht |
| jij | hebt doorgebracht |
| hij | heeft doorgebracht |
| wij | hebben doorgebracht |
| jullie | hebben doorgebracht |
| zij | hebben doorgebracht |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | bracht door |
| jij | bracht door |
| hij | bracht door |
| wij | brachten door |
| jullie | brachten door |
| zij | brachten door |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had doorgebracht |
| jij | had doorgebracht |
| hij | had doorgebracht |
| wij | hadden doorgebracht |
| jullie | hadden doorgebracht |
| zij | hadden doorgebracht |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal doorbrengen |
| jij | zult doorbrengen |
| hij | zal doorbrengen |
| wij | zullen doorbrengen |
| jullie | zullen doorbrengen |
| zij | zullen doorbrengen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal doorgebracht hebben |
| jij | zult doorgebracht hebben |
| hij | zal doorgebracht hebben |
| wij | zullen doorgebracht hebben |
| jullie | zullen doorgebracht hebben |
| zij | zullen doorgebracht hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou doorbrengen |
| jij | zou doorbrengen |
| hij | zou doorbrengen |
| wij | zouden doorbrengen |
| jullie | zouden doorbrengen |
| zij | zouden doorbrengen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou doorgebracht hebben |
| jij | zou doorgebracht hebben |
| hij | zou doorgebracht hebben |
| wij | zouden doorgebracht hebben |
| jullie | zouden doorgebracht hebben |
| zij | zouden doorgebracht hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'doorbrengen'
aanbrengen,
aaneenbrengen,
achterafbrengen,
brengen,
doorbrengen,
meebrengen,
onderbrengen,
opbrengen,
volbrengen,
voortbrengen,
Verbs similar to 'doorbrengen'
doordrenken,
voortbrengen,
opbrengen,
volbrengen,
aanbrengen,
brengen,
doorleren,
doorroeren,
doorsmeren,
doorspelen,
Translations
spend, to consume, to use up (time)
Sample Sentences
-
[...] meer dan twee mijlen per dag in eene regte lijn vooruit; maar ik deed zoo vele uitstapjes ter zijde af, om iets te ontdekken, dat ik doodmoede was toen ik de plaats bereikte, waar ik den nacht wilde doorbrengen, en dan ging ik of in een boom zitten, of ik omringde mij met eene rij van staken, die ik op den grond of van den eenen boom tot den anderen plaatste, zoodat geen wild dier mij kon bereiken, zonder [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] voorts tot in het oneindige, tot ik eindelijk niet minder een moordenaar zou zijn dan deze menscheneters, en misschien nog meer. Dit alles deed mij thans mijne dagen in groote verslagenheid en angst doorbrengen, daar ik verwachtte, dat ik, den een of anderen dag, in de handen dezer meêdoogenlooze barbaren zou vallen. Als ik nu en dan uitging, deed ik dit met de meeste voorzorg en zag onophoudelijk rond. Nu [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] alles wat mij toekwam over te maken, tot hij nader van mij zou hooren. Ik verzekerde hem, dat ik niet alleen voornemens was naar hem toe te komen, maar ook het overschot mijns levens er te blijven doorbrengen. Hierbij voegde ik een fraai geschenk van eenige Italiaansche zijde voor zijne vrouw en twee dochters, (welke hij, volgens berigt van des kapiteins zoon had ) met twee stukken fijn Engelsch laken, [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From door + brengen.
Additional Information