doorleren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of doorleren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: doorleren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: doorlerend
Past participle - Verleden deelwoord: doorgeleerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikleer door
jijleert door
hijleert door
wijleren door
jullieleren door
zijleren door

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb doorgeleerd
jijhebt doorgeleerd
hijheeft doorgeleerd
wijhebben doorgeleerd
julliehebben doorgeleerd
zijhebben doorgeleerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikleerde door
jijleerde door
hijleerde door
wijleerden door
jullieleerden door
zijleerden door

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad doorgeleerd
jijhad doorgeleerd
hijhad doorgeleerd
wijhadden doorgeleerd
julliehadden doorgeleerd
zijhadden doorgeleerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal doorleren
jijzult doorleren
hijzal doorleren
wijzullen doorleren
julliezullen doorleren
zijzullen doorleren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal doorgeleerd hebben
jijzult doorgeleerd hebben
hijzal doorgeleerd hebben
wijzullen doorgeleerd hebben
julliezullen doorgeleerd hebben
zijzullen doorgeleerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou doorleren
jijzou doorleren
hijzou doorleren
wijzouden doorleren
julliezouden doorleren
zijzouden doorleren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou doorgeleerd hebben
jijzou doorgeleerd hebben
hijzou doorgeleerd hebben
wijzouden doorgeleerd hebben
julliezouden doorgeleerd hebben
zijzouden doorgeleerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijleer door

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • De digitale maatschapij vraagt om professionals die willen doorleren. (The digital society demands professionals who want to make further education.)
  • Het is avond, je hebt de hele dag gestudeerd. Nu komt het belangrijkste: slaap. Niet de hele nacht doorleren, slapen! (It's evening, you've studied all day. Now comes the most important thing: sleep. Don't keep studying all night, sleep!)

Etymology

From door + leren.

Additional Information