den – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of den

The word "den" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: den
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dend
Past participle - Verleden deelwoord: ged

Cognates

See the 2 cognates of den

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikd
jijdt
hijdt
wijden
jullieden
zijden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ged
jijhebt ged
hijheeft ged
wijhebben ged
julliehebben ged
zijhebben ged

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdde
jijdde
hijdde
wijdden
julliedden
zijdden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ged
jijhad ged
hijhad ged
wijhadden ged
julliehadden ged
zijhadden ged

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal den
jijzult den
hijzal den
wijzullen den
julliezullen den
zijzullen den

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ged hebben
jijzult ged hebben
hijzal ged hebben
wijzullen ged hebben
julliezullen ged hebben
zijzullen ged hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou den
jijzou den
hijzou den
wijzouden den
julliezouden den
zijzouden den

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ged hebben
jijzou ged hebben
hijzou ged hebben
wijzouden ged hebben
julliezouden ged hebben
zijzouden ged hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijd

Verbs similar to 'den'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "den"

English den.

Additional Information