blokletteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of blokletteren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: blokletteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: blokletterend
Past participle - Verleden deelwoord: geblokletterd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikblokletter
jijbloklettert
hijbloklettert
wijblokletteren
jullieblokletteren
zijblokletteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geblokletterd
jijhebt geblokletterd
hijheeft geblokletterd
wijhebben geblokletterd
julliehebben geblokletterd
zijhebben geblokletterd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikblokletterde
jijblokletterde
hijblokletterde
wijblokletterden
jullieblokletterden
zijblokletterden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geblokletterd
jijhad geblokletterd
hijhad geblokletterd
wijhadden geblokletterd
julliehadden geblokletterd
zijhadden geblokletterd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal blokletteren
jijzult blokletteren
hijzal blokletteren
wijzullen blokletteren
julliezullen blokletteren
zijzullen blokletteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geblokletterd hebben
jijzult geblokletterd hebben
hijzal geblokletterd hebben
wijzullen geblokletterd hebben
julliezullen geblokletterd hebben
zijzullen geblokletterd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou blokletteren
jijzou blokletteren
hijzou blokletteren
wijzouden blokletteren
julliezouden blokletteren
zijzouden blokletteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geblokletterd hebben
jijzou geblokletterd hebben
hijzou geblokletterd hebben
wijzouden geblokletterd hebben
julliezouden geblokletterd hebben
zijzouden geblokletterd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijblokletter

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From blokletter + -en.

Additional Information