billijken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of billijken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: billijken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: billijkend
Past participle - Verleden deelwoord: gebillijkt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbillijk
jijbillijkt
hijbillijkt
wijbillijken
julliebillijken
zijbillijken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebillijkt
jijhebt gebillijkt
hijheeft gebillijkt
wijhebben gebillijkt
julliehebben gebillijkt
zijhebben gebillijkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbillijkte
jijbillijkte
hijbillijkte
wijbillijkten
julliebillijkten
zijbillijkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebillijkt
jijhad gebillijkt
hijhad gebillijkt
wijhadden gebillijkt
julliehadden gebillijkt
zijhadden gebillijkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal billijken
jijzult billijken
hijzal billijken
wijzullen billijken
julliezullen billijken
zijzullen billijken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebillijkt hebben
jijzult gebillijkt hebben
hijzal gebillijkt hebben
wijzullen gebillijkt hebben
julliezullen gebillijkt hebben
zijzullen gebillijkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou billijken
jijzou billijken
hijzou billijken
wijzouden billijken
julliezouden billijken
zijzouden billijken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebillijkt hebben
jijzou gebillijkt hebben
hijzou gebillijkt hebben
wijzouden gebillijkt hebben
julliezouden gebillijkt hebben
zijzouden gebillijkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbillijk

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

goedkeuren
instemmen, rechtvaardigen
rechtvaardigen
verantwoorden, verdedigen, wettigen

Antonyms

goedkeuren
verwerpen

Sample Sentences

  • [...] den kapitein wilde afstaan, maar ik had een weêrzin om de vrijheid van den armen knaap te verkoopen, die mij zoo trouw geholpen had, de mijne te herkrijgen. Toen ik den kapitein mijne redenen zeide, billijkte hij die volkomen, en bood mij, als een middel om alles te vereffenen, aan, den knaap eene verbindtenis te geven, dat hij hem, zoo hij Christen werd, binnen tien jaren zou vrijlaten. Daar Xury zeide, [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From billijk + -en.

Additional Information