bevrienden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bevrienden

The word "bevrienden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bevrienden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bevriendend
Past participle - Verleden deelwoord: bevriend

Cognates

See the 2 cognates of bevrienden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbevriend
jijbevriendt
hijbevriendt
wijbevrienden
julliebevrienden
zijbevrienden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bevriend
jijhebt bevriend
hijheeft bevriend
wijhebben bevriend
julliehebben bevriend
zijhebben bevriend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbevriendde
jijbevriendde
hijbevriendde
wijbevriendden
julliebevriendden
zijbevriendden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bevriend
jijhad bevriend
hijhad bevriend
wijhadden bevriend
julliehadden bevriend
zijhadden bevriend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bevrienden
jijzult bevrienden
hijzal bevrienden
wijzullen bevrienden
julliezullen bevrienden
zijzullen bevrienden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bevriend hebben
jijzult bevriend hebben
hijzal bevriend hebben
wijzullen bevriend hebben
julliezullen bevriend hebben
zijzullen bevriend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bevrienden
jijzou bevrienden
hijzou bevrienden
wijzouden bevrienden
julliezouden bevrienden
zijzouden bevrienden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bevriend hebben
jijzou bevriend hebben
hijzou bevriend hebben
wijzouden bevriend hebben
julliezouden bevriend hebben
zijzouden bevriend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbevriend

Verbs similar to 'bevrienden'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From vriend + be- -en.

Verbs referencing "bevrienden"

English befriend.

Additional Information