bestrooien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bestrooien

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bestrooien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bestrooiend
Past participle - Verleden deelwoord: bestrooid

Cognates

See the 3 cognates of bestrooien

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbestrooi
jijbestrooit
hijbestrooit
wijbestrooien
julliebestrooien
zijbestrooien

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bestrooid
jijhebt bestrooid
hijheeft bestrooid
wijhebben bestrooid
julliehebben bestrooid
zijhebben bestrooid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbestrooide
jijbestrooide
hijbestrooide
wijbestrooiden
julliebestrooiden
zijbestrooiden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bestrooid
jijhad bestrooid
hijhad bestrooid
wijhadden bestrooid
julliehadden bestrooid
zijhadden bestrooid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bestrooien
jijzult bestrooien
hijzal bestrooien
wijzullen bestrooien
julliezullen bestrooien
zijzullen bestrooien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bestrooid hebben
jijzult bestrooid hebben
hijzal bestrooid hebben
wijzullen bestrooid hebben
julliezullen bestrooid hebben
zijzullen bestrooid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bestrooien
jijzou bestrooien
hijzou bestrooien
wijzouden bestrooien
julliezouden bestrooien
zijzouden bestrooien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bestrooid hebben
jijzou bestrooid hebben
hijzou bestrooid hebben
wijzouden bestrooid hebben
julliezouden bestrooid hebben
zijzouden bestrooid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbestrooi

Translations

  • strew, to distribute objects or pieces of something
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch bestrooien. Equivalent to be- + strooien.

    Verbs referencing "bestrooien"

    English bestrew.

    Additional Information