beslapen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of beslapen

The word "beslapen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: beslapen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: beslapend
Past participle - Verleden deelwoord: beslaapt

Cognates

See the 2 cognates of beslapen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbeslaap
jijbeslaapt
hijbeslaapt
wijbeslapen
julliebeslapen
zijbeslapen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb beslaapt
jijhebt beslaapt
hijheeft beslaapt
wijhebben beslaapt
julliehebben beslaapt
zijhebben beslaapt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbeslaapte
jijbeslaapte
hijbeslaapte
wijbeslaapten
julliebeslaapten
zijbeslaapten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad beslaapt
jijhad beslaapt
hijhad beslaapt
wijhadden beslaapt
julliehadden beslaapt
zijhadden beslaapt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal beslapen
jijzult beslapen
hijzal beslapen
wijzullen beslapen
julliezullen beslapen
zijzullen beslapen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal beslaapt hebben
jijzult beslaapt hebben
hijzal beslaapt hebben
wijzullen beslaapt hebben
julliezullen beslaapt hebben
zijzullen beslaapt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou beslapen
jijzou beslapen
hijzou beslapen
wijzouden beslapen
julliezouden beslapen
zijzouden beslapen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou beslaapt hebben
jijzou beslaapt hebben
hijzou beslaapt hebben
wijzouden beslaapt hebben
julliezouden beslaapt hebben
zijzouden beslaapt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbeslaap

Verbs similar to 'beslapen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • 1794, Joseph Claude Rougemont, "Verhandeling over de gevolgen der beet van dolle dieren; over de watervrees en hare onderscheine zoorten" (tr. of vol. IX, part 1), in Verhandelingen van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, vol. IX, part 2, publ. by J. de Waal, Sz., page 87.
  • Kan een Man, die door een Dollen Hond gebeten is, en voor dat de Dolheid zig openbaart, zijne Vrouw beſlaapt, aan haar de Dolheid mededeelen? Men heeft gevallen voor en tegen. (Can a man, who has been bitten by a rabid dog and, before the rabies has become apparent, sleeps with his wife, transfer rabies to her? There are cases pro and con.)
  • Fay besliep hem niet, zoals Charlotte deed, nee, zij liet zich vermeesteren: ze legde haar lichaam daar in de hoop dat dat ook haar geest zou bevrijden. [2015, Bouke Billiet, Wij waren Trojanen. Roman, Wereldbibliotheek, →ISBN:]
  • Mim, die het bed schuin beneden mij besliep, lag met gesloten ogen op haar zij, maar ik zag aan haar fijne rimpeltjes dat ze peinsde over wat we zojuist besproken hadden. [2012, Jan van der Mast, De kleine keizer. Roman, Nieuw Amsterdam:]
  • Beduusd ging Tollens naar huis, besliep zich op de zaak, zette zich de volgende dag aan het werk, en 's avonds was hij gereed. [1972, G. W. Huygens, Hendrik Tollens. De dichter van de burgerij. Een biografie en een tijdsbeeld, Nijgh & Van Ditmar, page 254:]

Etymology

From Middle Dutch beslâpen. Equivalent to be- + slapen.

Verbs referencing "beslapen"

English besleep.

Additional Information