aflopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aflopen

The word "aflopen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aflopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aflopend
Past participle - Verleden deelwoord: afgeloopt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikloop af
jijloopt af
hijloopt af
wijlopen af
jullielopen af
zijlopen af

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb afgeloopt
jijhebt afgeloopt
hijheeft afgeloopt
wijhebben afgeloopt
julliehebben afgeloopt
zijhebben afgeloopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikloopte af
jijloopte af
hijloopte af
wijloopten af
jullieloopten af
zijloopten af

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad afgeloopt
jijhad afgeloopt
hijhad afgeloopt
wijhadden afgeloopt
julliehadden afgeloopt
zijhadden afgeloopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aflopen
jijzult aflopen
hijzal aflopen
wijzullen aflopen
julliezullen aflopen
zijzullen aflopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal afgeloopt hebben
jijzult afgeloopt hebben
hijzal afgeloopt hebben
wijzullen afgeloopt hebben
julliezullen afgeloopt hebben
zijzullen afgeloopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aflopen
jijzou aflopen
hijzou aflopen
wijzouden aflopen
julliezouden aflopen
zijzouden aflopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou afgeloopt hebben
jijzou afgeloopt hebben
hijzou afgeloopt hebben
wijzouden afgeloopt hebben
julliezouden afgeloopt hebben
zijzouden afgeloopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijloop af

Verbs similar to 'aflopen'

Translations

  • expire, become invalid
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Hij werd vermoord enkele uren voordat zijn definitieve betalingstermijn afliep. (He was murdered several hours before he met the deadline on his final payment.)
    • Gelukkig liep het verhaal goed af. (Fortunately the story ended well.)

    Etymology

    From Middle Dutch aflopen. Equivalent to af + lopen.

    Additional Information