wegmaken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wegmaken

The word "wegmaken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wegmaken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wegmakend
Past participle - Verleden deelwoord: weggemaakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmaak weg
jijmaakt weg
hijmaakt weg
wijmaken weg
julliemaken weg
zijmaken weg

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb weggemaakt
jijhebt weggemaakt
hijheeft weggemaakt
wijhebben weggemaakt
julliehebben weggemaakt
zijhebben weggemaakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmaakte weg
jijmaakte weg
hijmaakte weg
wijmaakten weg
julliemaakten weg
zijmaakten weg

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad weggemaakt
jijhad weggemaakt
hijhad weggemaakt
wijhadden weggemaakt
julliehadden weggemaakt
zijhadden weggemaakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wegmaken
jijzult wegmaken
hijzal wegmaken
wijzullen wegmaken
julliezullen wegmaken
zijzullen wegmaken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal weggemaakt hebben
jijzult weggemaakt hebben
hijzal weggemaakt hebben
wijzullen weggemaakt hebben
julliezullen weggemaakt hebben
zijzullen weggemaakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wegmaken
jijzou wegmaken
hijzou wegmaken
wijzouden wegmaken
julliezouden wegmaken
zijzouden wegmaken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou weggemaakt hebben
jijzou weggemaakt hebben
hijzou weggemaakt hebben
wijzouden weggemaakt hebben
julliezouden weggemaakt hebben
zijzouden weggemaakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmaak weg

Verbs similar to 'wegmaken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information