voortdrijven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of voortdrijven

The word "voortdrijven" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: voortdrijven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: voortdrijvend
Past participle - Verleden deelwoord: voortgedrijfd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdrijf voort
jijdrijft voort
hijdrijft voort
wijdrijven voort
julliedrijven voort
zijdrijven voort

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb voortgedrijfd
jijhebt voortgedrijfd
hijheeft voortgedrijfd
wijhebben voortgedrijfd
julliehebben voortgedrijfd
zijhebben voortgedrijfd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdrijfde voort
jijdrijfde voort
hijdrijfde voort
wijdrijfden voort
julliedrijfden voort
zijdrijfden voort

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad voortgedrijfd
jijhad voortgedrijfd
hijhad voortgedrijfd
wijhadden voortgedrijfd
julliehadden voortgedrijfd
zijhadden voortgedrijfd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal voortdrijven
jijzult voortdrijven
hijzal voortdrijven
wijzullen voortdrijven
julliezullen voortdrijven
zijzullen voortdrijven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal voortgedrijfd hebben
jijzult voortgedrijfd hebben
hijzal voortgedrijfd hebben
wijzullen voortgedrijfd hebben
julliezullen voortgedrijfd hebben
zijzullen voortgedrijfd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou voortdrijven
jijzou voortdrijven
hijzou voortdrijven
wijzouden voortdrijven
julliezouden voortdrijven
zijzouden voortdrijven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou voortgedrijfd hebben
jijzou voortgedrijfd hebben
hijzou voortgedrijfd hebben
wijzouden voortgedrijfd hebben
julliezouden voortgedrijfd hebben
zijzouden voortgedrijfd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdrijf voort

Verbs conjugated like 'voortdrijven'

aanrijven, aanschroeven, aanwuiven, afproeven, afrijven, afschroeven, aftroeven, afverven, bedroeven, behoeven, believen, dalven, derven, dieven, erven, fuiven, garven, gerieven, golven, hoeven, etc. (List truncated at 20 verbs)

Verbs similar to 'voortdrijven'

Translations

  • drive, to cause animals to flee out of
  • impel, To drive forward; to propel an object
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From voort + drijven.

    Additional Information