Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: veroordelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: veroordelend
Past participle - Verleden deelwoord: veroordeeld
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | veroordeel |
| jij | veroordeelt |
| hij | veroordeelt |
| wij | veroordelen |
| jullie | veroordelen |
| zij | veroordelen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb veroordeeld |
| jij | hebt veroordeeld |
| hij | heeft veroordeeld |
| wij | hebben veroordeeld |
| jullie | hebben veroordeeld |
| zij | hebben veroordeeld |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | veroordeelde |
| jij | veroordeelde |
| hij | veroordeelde |
| wij | veroordeelden |
| jullie | veroordeelden |
| zij | veroordeelden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had veroordeeld |
| jij | had veroordeeld |
| hij | had veroordeeld |
| wij | hadden veroordeeld |
| jullie | hadden veroordeeld |
| zij | hadden veroordeeld |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal veroordelen |
| jij | zult veroordelen |
| hij | zal veroordelen |
| wij | zullen veroordelen |
| jullie | zullen veroordelen |
| zij | zullen veroordelen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal veroordeeld hebben |
| jij | zult veroordeeld hebben |
| hij | zal veroordeeld hebben |
| wij | zullen veroordeeld hebben |
| jullie | zullen veroordeeld hebben |
| zij | zullen veroordeeld hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou veroordelen |
| jij | zou veroordelen |
| hij | zou veroordelen |
| wij | zouden veroordelen |
| jullie | zouden veroordelen |
| zij | zouden veroordelen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou veroordeeld hebben |
| jij | zou veroordeeld hebben |
| hij | zou veroordeeld hebben |
| wij | zouden veroordeeld hebben |
| jullie | zouden veroordeeld hebben |
| zij | zouden veroordeeld hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'veroordelen'
aanberen,
aanhalen,
aanhelen,
aanhogen,
aanklagen,
aanleren,
aanmarcheren,
aanmeren,
aanrazeren,
aanschemeren,
aansmeren,
aanspelen,
aanspugen,
aantelen,
aanvegen,
aanzagen,
abandonneren,
abdiceren,
abdiqueren,
abduceren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'veroordelen'
beoordelen,
bevoordelen,
verkorrelen,
vermorzelen,
verordenen,
vervorderen,
herverdelen,
oordelen,
verboemelen,
verbroddelen,
Sample Sentences
-
[...] dat het onmogelijk is de verrukking te schilderen, die men gevoelt als men zoo, als het ware uit het graf zelf gered wordt, en het verwondert mij thans niet meer, dat men gewoon is, als een ter dood veroordeelde genade ontvangt, tevens een heelmeester te zenden, om hem ader te laten zoodra hij het verneemt, ten einde de verrassing hem niet zou dooden.
(Robinson Crusoe)
-
[...] was, dat ik, als het ware, van alle menschelijke gezelschap verbannen was, ik die alleen en van het geheele menschdom door den grenzenloozen Oceaan gescheiden, tot een als het ware zwijgend leven veroordeeld, die als onwaardig geacht was, om onder de levenden gerekend te worden, ik, wien het zien van een mijner natuurgenooten, als een overgang van den dood tot het leven, als de grootste gunst, die de [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] deze gelegenheid, dat de eenigste weg, dien ik had om eene ontkoming te beproeven, daarin bestond om zoo mogelijk een wilde in mijne magt te erlangen, en als het kon een hunner gevangenen, dien zij veroordeeld hadden om gegeten te worden, en hierheen bragten om te slagten. Maar hier deed zich nog de zwarigheid op, dat dit onmogelijk was zonder een geheelen troep van hen aan te vallen en hen allen te [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dat ik niet wist naar welken maatstaf zijlieden geoordeeld zouden worden; maar dat, daar God noodwendig en door de natuur van zijn wezen, oneindig heilig en regtvaardig was, zoo deze schepselen veroordeeld zouden worden, dat zij zich van hem verwijderd hadden, dit uit hoofde van hunne zonden tegen dat licht, dat hun wet was, en de regels, die hun geweten hun voorschreef, zou zijn; en ik eindigde met [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] of gevaren zou aanbrengen, altijd had ik groote reden tot dankbaarheid. Mijn verdriet werd thans ligter, mijne woning was mij genoeglijker, en als ik bedacht, dat ik in dit eenzaam leven, waartoe ik veroordeeld was, niet alleen zelf naar den hemel had leeren opzien, en nadenken door wiens bestier ik hier gekomen was, maar thans zelf tot een werktuig verkoren was, om met hulp der Voorzienigheid, niet alleen [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From ver- + oordelen.
Additional Information