uitademen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of uitademen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: uitademen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: uitademend
Past participle - Verleden deelwoord: uitgeademd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikadem uit
jijademt uit
hijademt uit
wijademen uit
jullieademen uit
zijademen uit

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb uitgeademd
jijhebt uitgeademd
hijheeft uitgeademd
wijhebben uitgeademd
julliehebben uitgeademd
zijhebben uitgeademd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikademde uit
jijademde uit
hijademde uit
wijademden uit
jullieademden uit
zijademden uit

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad uitgeademd
jijhad uitgeademd
hijhad uitgeademd
wijhadden uitgeademd
julliehadden uitgeademd
zijhadden uitgeademd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal uitademen
jijzult uitademen
hijzal uitademen
wijzullen uitademen
julliezullen uitademen
zijzullen uitademen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal uitgeademd hebben
jijzult uitgeademd hebben
hijzal uitgeademd hebben
wijzullen uitgeademd hebben
julliezullen uitgeademd hebben
zijzullen uitgeademd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou uitademen
jijzou uitademen
hijzou uitademen
wijzouden uitademen
julliezouden uitademen
zijzouden uitademen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou uitgeademd hebben
jijzou uitgeademd hebben
hijzou uitgeademd hebben
wijzouden uitgeademd hebben
julliezouden uitgeademd hebben
zijzouden uitgeademd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijadem uit

Translations

  • breathe, to expel air from the lungs
  • expire, to exhale (something)
  • exhale, to breathe out
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    expireren
    uitblazen, zuchten
    ademen
    uitwasemen

    Sample Sentences

    Etymology

    From uit + adem + -en.

    Additional Information